Oudheid
Publiek
Woorden in deze lijst (18)
Origineel
- Allegorie
- Een (in een verhaal, gedicht of toneelstuk) uitgewerkte metafoor.
- Dramatiek
- Toneel.
- Epiek
- Verzamelnaam voor alle verhalende teksten.
- Epos
- Heldendicht, een lang, verhalend gedicht over de heldendaden van een persoon of een god.
- Hexameter
- Regel van zes ‘versvoeten’, die elk één beklemtoonde lettergreep hebben, zoals de eerste (vertaald) zin van Homeros’ Ilias: Godin, bezing de wrok van de Peleïde Achilles
- Komedie, klassieke
- Blijspel. Klassiek toneelgenre dat het best vergelijkbaar is met hedendaags cabaret.
- Lyriek
- Verzamelnaam voor teksten, meestal gedichten, die over gevoelens gaan.
- Metafoor
- Zie Handig! § 6.1 Overzicht beeldspraak en Formuleren § 10 Beeldspraak.
- Motief, klassiek
- Een motief is een verhaalelement dat de lezer op het spoor zet van de (diepere) betekenis van het verhaal. In de moderne literatuur komen nog veel klassieke motieven voor. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke mythe in een andere context wordt uitgewerkt.
- Monotheïsme
- Het geloof in één God. Het jodendom was de eerste monotheïstische godsdienst. De andere monotheïstische godsdiensten, het christendom en de islam, zijn ontstaan uit het jodendom.
- Mythe
- Verhaal waarin een verklaring wordt gegeven voor gebeurtenissen die moeilijk te begrijpen waren in een tijd waarin nog geen wetenschap bestond.
- Oergoden
- De goden die in de Griekse mythologie samen het ontstaan van de aarde verklaren. Zo is Chaos de oermassa waaruit de wereld is ontstaan en de ‘vader’ van de andere oergoden, zoals Ouranos (hemel), Gaia (aarde), Aether (de atmosfeer), Nyx (nacht), Hemera (dag), Ourea (gebergte) en Pontus (zee).
- Olympische goden
- De goden van de Grieken, die zo werden genoemd omdat ze op de berg Olympos woonden. Zeus, de zoon van Kronos, was de oppergod van de Olympische goden. Vrijwel alle goden zijn familie van Zeus, Kronos en Ouranos. Zie ook: Titanen en Oergoden.
- Oudheid
- De tijd van de Grieken en Romeinen, van 3000 voor Christus tot ongeveer 500 na Christus.
- Polytheïsme
- Het geloof in meerdere goden.
- Stijl
- De manier waarop een verhaal is verwoord; de taal die een schrijver gebruikt. Daarbij kun je bijvoorbeeld denken aan woordkeus, de lengte van de zinnen en het gebruik van beeldspraak en stijlfiguren.
- Thora
- De Hebreeuwse Bijbel, die bestaat uit vijf ‘boeken’, waarin de schepping wordt beschreven en hoe het de mensheid, in het bijzonder de Israëlieten, in de tijd daarna verging. De Thora vormt ook het eerste deel van de Bijbel.
- Titanen
- Zonen van Gaia en Ouranos, reusachtige wezens die een natuurkracht belichamen. De dochters van Gaia en Ouranos werden Titaniden genoemd. Kronos, de jongste Titaan, kwam in opstand tegen Ouranos en werd zo de heerser van de godenwereld.