BvJ - 4 vmbo-b (8.0) deel b - Gaswisseling en uitscheiding - Het ademhalingsstelsel van de mens
Publiek
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- bronchiën
- Twee ademhalingsbuizen met kraakbeenringen die vanaf de luchtpijp naar de longen lopen.
- gaswisseling
- Koolstofdioxide gaat van het bloed naar de lucht en zuurstof gaat van de lucht naar het bloed.
- huig
- Klepje tussen de neusholte en de keelholte; sluit tijdens het slikken, zodat voedsel niet de neusholte in gaat.
- keelholte
- Ruimte achter in de keel.
- kraakbeenringen
- Ringen van kraakbeen om de luchtpijp en bronchiën die ervoor zorgen dat deze buizen open blijven staan.
- longblaasjes
- Blaasjes in de longen waar gaswisseling plaatsvindt.
- longhaarvaten
- Dunne bloedvaten die om de longblaasjes heen liggen, zodat gaswisseling kan plaatsvinden.
- luchtpijp
- Buis met kraakbeenringen tussen de keelholte en de bronchiën.
- luchtpijptakjes
- Buisjes die vanaf de bronchiën lopen en steeds verder vertakken en kleiner worden, tot ze eindigen in een longblaasje.
- neusharen
- Haren in het begin van de neus die stofdeeltjes en andere stoffen tegenhouden.
- neusholte
- De ruimte achter de neus die bekleed is met neusslijmvlies en waarin het reukzintuig ligt.
- neusslijmvlies
- Slijm in de neusholte dat de ingeademde lucht warm en vochtig maakt.
- strotklepje
- Klepje onder in de keelholte dat tijdens het slikken de luchtpijp sluit. Hierdoor gaat voedsel naar de slokdarm.
- trilharen
- Celdelen die ervoor zorgen dat het (vuile) slijmvlies wordt verplaatst naar de keelholte.