Regering en parlement
Publiek
Woorden in deze lijst (26)
Origineel
- Kabinet
- Het dagelijks bestuur van ons land, dat bestaat uit alle ministers en staatssecretarissen.
- Regering
- Het orgaan dat ons land bestuurt, gevormd door de koning en de ministers.
- Minister
- Lid van het kabinet die leiding geeft aan een ministerie en verantwoordelijk is voor een specifiek beleidsterrein.
- Ministerraad
- De gezamenlijke vergadering van alle ministers onder leiding van de minister-president.
- Minister-president
- De voorzitter van de ministerraad, ook wel de premier genoemd.
- Staatssecretaris
- Persoon die verantwoordelijk is voor een specifiek deel van het beleidsterrein van een minister.
- Ministers zonder portefeuille
- Ministers die geen eigen ministerie hebben en werken onder de verantwoordelijkheid van een ander ministerie.
- Ministeriële verantwoordelijkheid
- Het principe dat ministers verantwoordelijk zijn voor het beleid, hun ambtenaren en het handelen van de koning.
- Parlement
- De volksvertegenwoordiging, bestaande uit de Eerste en Tweede Kamer, die de regering controleert en wetten maakt.
- Staten-Generaal
- De officiële naam voor de Eerste en Tweede Kamer samen.
- Tweede Kamer
- De 150 rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers die als belangrijkste taken medewetgeving en controle van de regering hebben.
- Stemrecht
- Het recht van de Tweede Kamer om wetsvoorstellen aan te nemen of te verwerpen.
- Recht van amendement
- Het recht van de Tweede Kamer om wijzigingen aan te brengen in wetsvoorstellen van de regering.
- Recht van initiatief
- Het recht van leden van de Tweede Kamer om zelf wetsvoorstellen in te dienen.
- Budgetrecht
- Het recht van het parlement om de jaarlijkse begroting van de ministeries goed te keuren, te verwerpen of te wijzigen.
- Recht van motie
- Het recht van Kamerleden om een schriftelijk verzoek aan een minister te richten om iets te doen of na te laten.
- Motie van wantrouwen
- Een motie waarmee het vertrouwen in een minister wordt opgezegd, waarna deze moet aftreden.
- Vragenrecht
- Het recht van Kamerleden om schriftelijke of mondelinge vragen te stellen aan de regering over het beleid.
- Recht van interpellatie
- Het recht van de Kamer om een debat aan te vragen met een minister over een actuele kwestie.
- Recht van onderzoek en enquête
- De mogelijkheid voor de Kamer om zelfstandig een diepgaand onderzoek in te stellen naar een belangrijke kwestie.
- Eerste Kamer
- De 75 indirect gekozen leden die wetsvoorstellen alleen in hun geheel mogen goedkeuren of afkeuren.
- Coalitiefracties
- De politieke partijen in het parlement die ook ministers in de regering hebben zitten.
- Oppositiefracties
- De politieke partijen in het parlement die niet in de regering zitten en kritiek leveren op het beleid.
- Poldermodel
- De Nederlandse politieke cultuur waarbij gestreefd wordt naar consensus en compromissen.
- Dualisme
- De duidelijke taakverdeling tussen regering en parlement waarbij parlementsleden niet tegelijk minister kunnen zijn.
- Trias politica
- De scheiding van machten in een wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–