De totalitaire systemen
Publiek
Woorden in deze lijst (24)
Origineel
- Bolsjewieken
- De Russische aanhangers van het communisme.
- Communisme
- Radicaal socialisme dat streeft naar het afschaffen van het kapitalisme en het privébezit van productiemiddelen.
- Dictatuur
- Een alleenheerschappij waarbij één partij of persoon alle macht heeft.
- Sovjets
- Raden van arbeiders en soldaten.
- Oktoberrevolutie
- De communistische staatsgreep in Rusland in november 1917.
- Sovjet-Unie
- De strak geleide eenpartijstaat die in 1922 door de communisten werd gevestigd.
- Vijfjarenplannen
- Economische plannen waarin de overheid precies bepaalde wat er in een periode van vijf jaar geproduceerd moest worden.
- Grote Terreur
- De zuivering van de communistische partij door Stalin tussen 1936 en 1938.
- Koelak
- Scheldwoord voor zelfstandige boeren die door Stalin werden uitgeschakeld.
- Kolchozen
- Collectieve boerderijen waarin zelfstandige boerenbedrijven moesten opgaan.
- Collectivisatie
- Het onder dwang samenvoegen van zelfstandige boerenbedrijven in collectieve boerderijen.
- Holomodor
- De door Stalin georganiseerde hongersnood in Oekraïne in 1932/
33. - Fascisme
- De extreem nationalistische en gewelddadige beweging van Mussolini in Italië.
- Duce
- De titel van de Italiaanse fascistische leider Mussolini.
- Nationaalsocialisme
- De extreem nationalistische, gewelddadige en racistische ideologie van Hitler en de NSDAP.
- Führer
- De titel van de Duitse nationaalsocialistische leider Hitler.
- Gelijkschakeling
- Het dwingen van alle organisaties om de ideologie van het nationaalsocialisme te volgen.
- SA
- Het partijleger van de NSDAP.
- SS
- De eliteorganisatie van de nazi's.
- Rassenleer
- De nazi-ideologie die uitgaat van de superioriteit van het Arische ras boven minderwaardige rassen.
- Antisemitisme
- Jodenhaat waarbij het jodendom als een ras wordt gezien.
- Totalitair
- Een systeem waarbij de overheid de volledige controle heeft over de samenleving.
- Indoctrinatie
- Het systematisch opdringen van de opvattingen van een ideologie aan de bevolking.
- Persoonsverheerlijking
- De overdreven verering van een politiek leider.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–