Unit 2 - Lesson 5 - Writing - NL/ENG
Publiek
Woorden in deze lijst (18)
Origineel
- attractie
- attraction
- beslissen
- to decide
- bezoeken
- to visit
- dierentuin
- zoo
- informatie
- information
- lopen
- to walk
- markt
- market
- museum
- museum
- openingstijden
- opening hours
- park
- park
- pretpark
- theme park
- restaurant
- restaurant
- Het feestje is ergens in augustus.
- The party is sometime in August.
- Het is volgende week, op 8 november.
- It’s next week, on 8 November.
- Het begint om 9:15 ‘s avonds.
- It starts at 9:15 p.m.
- Laten we aanstaande zondag gaan!
- Let’s go next Sunday!
- Ik zou graag op 2 mei gaan.
- I would like to go on 2 May.
- We gaan een dagje weg met de familie in april.
- We have a family day out in April.