Unit 8 wordlist
Publiek
Woorden in deze lijst (84)
Origineel
- admiration
- bewondering
- anti-social
- asociaal
- appreciate
- op prijs stellen
- arrogant
- arrogant
- be good fun
- (heel) leuk zijn
- bear (sth) in mind
- (iets) onthouden
- belief
- geloof
- build up your strength
- je krachten opbouwen
- carry on (doing sth)
- doorgaan met (iets doen)
- cheerful
- vrolijk
- clear (sth) up
- (iets) ophelderen
- come across (as)
- overkomen (als)
- compulsory
- verplicht
- cooperative
- coöperatief
- courageous
- moedig
- courteous
- beleefd
- crash course
- spoedcursus
- creepy
- griezelig
- defensive
- defensief
- demanding
- veeleisend
- discipline
- discipline
- duo
- duo
- eccentric
- excentriek
- exhilarating
- opwindend
- fill sb in (on sth)
- iemand op de hoogte brengen (van iets)
- flamboyant
- flamboyant
- flexibility
- flexibiliteit
- get along (with)
- overweg kunnen (met)
- get over (sth)
- over (iets) heen komen
- get rid of
- afkomen van
- hang out (with)
- uitgaan (met)
- have a chat
- een praatje maken
- have a lot in common with
- veel gemeen hebben met
- have a negative effect (on)
- een negatief effect hebben (op)
- have a word with (sb)
- een hartig woordje spreken met (iemand)
- have difficulty with
- moeite hebben met
- have nothing to do with
- niks te maken hebben met
- have nothing to lose
- niets te verliezen hebben
- have serious doubts about
- serieuze twijfels hebben over
- head (in a direction)
- (een richting) uitgaan
- honesty
- eerlijkheid
- immature
- onvolwassen
- irresponsible
- onverantwoordelijk
- keep (sb) waiting
- (iemand) laten wachten
- keep (sth) in mind
- (iets) onthouden
- keep (sth) tidy
- (iets) netjes houden
- keep a secret
- een geheim bewaren
- keep in touch
- contact houden
- keep your mouth shut
- je mond dichthouden
- look up to (sb)
- opkijken naar (iemand)
- loyalty
- loyaliteit
- lunatic
- gek
- make allowances (for sb/
sth) - uitzonderingen maken (voor iemand /
iets) - miracle
- wonder
- mutter
- mompelen
- pampered
- verwend
- pay attention to
- opletten
- pick yourself up off the floor
- jezelf vermannen
- possessive
- bezitterig
- put sb off (doing sth)
- je laten afschrikken (iets te doen)
- put up with
- verdragen
- reach out to
- reiken naar /
bereiken - set yourself a goal
- jezelf een doel stellen
- slouch
- slungelen /
hangen - speak up
- uitspreken tegen
- spoiled
- verwend
- stand up for (sth/
sb) - opkomen voor (iets /
iemand) - stream
- (binnen)stromen
- stubborn
- eigenwijs /
koppig - sympathy
- sympathie
- take a deep breath
- haal diep adem
- take up with (sb)
- omgaan met (iemand)
- talkative
- spraakzaam /
praatgraag - there’s no point in (doing sth)
- het heeft geen zin om (iets te doen)
- thoughtful
- attent
- venue
- plaats /
locatie - waste time (doing sth)
- tijd verspillen (met iets))
- willingness
- bereidwilligheid
- bug sb
- iemand storen
- dribble
- dribbelen
- feel blue
- je treurig voelen
- get a buzz
- een kick krijgen
- jerk
- rukken
- zone out
- afdwalen