Enzymen
Publiek
Woorden in deze lijst (24)
Origineel
- Enzymen
- Eiwitten die een bepaalde chemische reactie versnellen zonder zelf te veranderen.
- Activeringsenergie
- De energie die nodig is om een chemische reactie te starten.
- Katalysator
- Een stof die een reactie versnelt door de benodigde activeringsenergie te verlagen.
- Substraat
- Het molecuul dat aan de actieve plaats van een enzym bindt om te worden omgezet.
- Actieve plaats
- De plek op het enzymmolecuul waaraan het substraatmolecuul bindt.
- Enzymsubstraatcomplex
- Het geheel dat ontstaat wanneer een substraatmolecuul bindt aan de actieve plaats van een enzymmolecuul.
- Substraatspecifiek
- De eigenschap van een enzym dat het de reactie van slechts één type substraat kan katalyseren.
- Sleutel-slotprincipe
- Het principe waarbij de ruimtelijke structuur van een enzym precies past op een specifiek substraatmolecuul.
- Hydrolyse
- De splitsing van moleculen met behulp van een watermolecuul.
- Condensatie
- Een opbouwreactie waarbij water afsplitst.
- Denatureren
- Het onomkeerbaar verliezen van de ruimtelijke structuur en werking van een eiwit door bijvoorbeeld een te hoge temperatuur.
- Optimumtemperatuur
- De temperatuur waarbij alle werkzame enzymmoleculen samen het hoogste aantal omzettingen per tijdseenheid verrichten.
- Optimumkromme
- Een grafische weergave van de invloed van de temperatuur of de pH op de enzymwerking.
- Optimum-pH
- De zuurgraad waarbij alle werkzame enzymmoleculen samen het hoogste aantal omzettingen per tijdseenheid verrichten.
- Polysacharide
- Een polymeer gevormd uit grote aantallen gekoppelde monosachariden, zoals zetmeel.
- Disacharide
- Een koolhydraat dat bestaat uit twee aan elkaar gekoppelde monosachariden, zoals maltose.
- Monosachariden
- De kleinste suikereenheden die als eindproducten van de koolhydraatvertering ontstaan, zoals glucose, fructose en galactose.
- Polypeptiden
- Eiwitstukken met een lengte van enkele tientallen aminozuren.
- Oligopeptiden
- Eiwitstukken die enkele aminozuren lang zijn.
- Peptidebinding
- De binding tussen aminozuren in een eiwitketen.
- Exopeptidasen
- Enzymen die aan de uiteinden van polypeptiden een aminozuur afknippen.
- Endopeptidasen
- Enzymen die midden in de polypeptiden knippen.
- Dipeptiden
- Twee aaneengekoppelde aminozuren.
- Nucleasen
- Enzymen uit het alvleessap en het dunnedarmsap die DNA en RNA uit het voedsel afbreken.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–