ak se2 hf3
Publiek
4keer geoefend
Woorden in deze lijst (29)
Origineel
- aride zone
- Landschapszone met droge klimaten.
- bodem
- De voor de plantengroei belangrijke bovenste laag van de aardkorst (in Nederland tot ongeveer 1,20 m diepte). Is een van de geofactoren.
- boreale zone
- Overgangsgebied tussen de gematigde en de polaire zone op de continenten, dus op het noordelijk halfrond.
- fauna
- Al het dierlijke leven op aarde, zoals bacteriën, plankton, ongewervelde dieren, vogels, reptielen, amfibieën en zoogdieren. Is een van de geofactoren.
- flora
- Al het plantaardige leven op aarde, zoals mossen, grassen, bloeiende planten, struiken en bomen. Is een van de geofactoren.
- gematigde zone
- Landschapszone tussen de subtropische en de boreale zone (tussen de 30 en de 55° N.B. en Z.B.).
- geofactoren
- Factoren die door hun onderlinge relaties landschapszones vormen. De belangrijkste zijn het klimaat, de gesteenten, het reliëf en de mens.
- landschapszone
- Gebied met karakteristieke met elkaar samenhangende kenmerken.
- mens
- De mensheid heeft met haar handelen invloed op de aarde en landschappen. Daarom is de mens een van de geofactoren.
- permafrost
- Permanent bevroren ondergrond, soms wel tot op 1 km diepte.
- polaire zone
- Landschapszone tussen de poolcirkel en de polen.
- reliëf
- Hoogteverschillen in het landschap. Is een van de geofactoren.
- subtropische zone
- Landschapszone tussen de tropen en de gematigde breedte (tussen de 20 en 30° N.B. en Z.B.).
- tropische zone
- Landschapszone tussen de 10° N.B. en 10° Z.B.
- water
- Het water op aarde (oppervlakte- en grondwater, ijs). Heet ook hydrosfeer. Is een van de geofactoren.
- bodemerosie
- Het door erosie verdwijnen van het voor planten belangrijke deel van de bodem.
- drainage
- Verlaging van de grondwaterstand en afvoeren van (geïnfiltreerd) regenwater door het aanleggen van greppels en/
of afvoerbuizen in de grond. - duurzaam landgebruik
- Natuurlijke hulpbronnen zodanig gebruiken dat men tegemoetkomt aan de behoeften van de huidige generatie, zonder die van de toekomstige generaties in gevaar te brengen.
- ecosysteem
- Een gemeenschap van levende organismen in samenhang met hun fysieke omgeving.
- gematigde zone
- Landschapszone tussen de subtropische en de boreale zone (tussen de 30 en de 55° N.B. en Z.B.).
- geofactoren
- Factoren die door hun onderlinge relaties landschapszones vormen. De belangrijkste zijn het klimaat, de gesteenten, het reliëf en de mens.
- irrigatie
- Het kunstmatig nathouden van landbouwgronden.
- klimaatverandering
- De verandering op lange termijn van de temperatuur, de neerslag en de wind op aarde.
- landdegradatie
- De achteruitgang van de kwaliteit van de bodem en het landschap door overbeweiding, te intensief gebruik en ontbossing, waardoor het land biologische en economische productiecapaciteit verliest.
- versterkt broeikaseffect
- De toename van het natuurlijke broeikaseffect door de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen door de mens.
- verwoestijning
- Uitbreiding van de woestijnen, veroorzaakt door verkeerde toepassing van landbouw, soms gecombineerd met klimaatvariaties.
- verzilting
- Toename van het zoutgehalte van de bodem of van het grond- of oppervlaktewater.
- zee-ijs
- Bevroren zeewater.
- zeespiegelstijging
- Toename van de hoogte van het zeespiegelniveau.