4 havo thema 1 inleiding in de biologie paragraaf 1 en 2
Publiek
2
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- soort
- Organismen die zich onderling kunnen voortplanten en daarbij vruchtbare nakomenlingen voortbrengen.
- organismen
- levende wezens zoals planten, dieren, schimmels en bacteriën.
- stofwisseling
- Alle chemische reacties in een organismen.
- levenscyclus
- Alle individuen van een soort doorlopen tijdens hun levensloop dezelfde fasen of stadia.
- DNA
- Molecuul dat de erfelijke informatie van een organisme bevat.
- cel
- Een grotere biologische eenheid en een hoger organisatieniveau dan een molecuul: alle organismen bestaan uit een of meer cellen.
- organellen
- Onderdelen van een cel met een bepaalde functie.
- weefsel
- Een groep cellen met dezelfde vorm en functie.
- orgaan
- Deel van een organismen met een specifieke bouw en functie.
- Orgaanstelsel
- Aantal organen dat samen een bepaalde functie uitoefent.
- populatie
- Groep individuen van dezelfde soort die in een bepaald gebied leeft en zich onderling voortplant.
- levensgemeenschap
- Alle verschillende populaties die in een gebied samenleven.
- ecosysteem
- Min of meer begrensd gebied met bepaalde eigenschappen. Zowel de levende als de niet-levende natuur in dat gebied maakt deel uit van het ecosysteem.
- tussencelstof
- Bij veel weefsels liggen de cellen niet direct tegen elkaar aan, maar komt tussencelstof voor. Het soort tussencelstof hangt samen met de functie van het weefsel.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–