Hoofdstuk 4.1, 4.2, 4.4
Publiek
8keer geoefend
Woorden in deze lijst (60)
Origineel
- se moquer de
- uitlachen
- le conseil
- de raad
- la solution
- de oplossing
- se sentir
- zich voelen
- transpirer
- zweten
- le dentiste
- de tandarts
- refuser
- weigeren
- se lever
- opstaan
- se coucher
- gaan slapen
- grossir
- dik worden
- malheureux /
malheureuse - ongelukkig
- être allergique à
- allergisch zijn voor
- se faire du souci
- zich zorgen maken
- répondre à
- antwoord geven op
- avoir peur de
- bang zijn voor
- la peur de l’échec
- de faalangst
- ridicule
- belachelijk
- gratter
- krabben
- la tête
- het hoofd
- l’oeil (m)
- het oog
- les yeux
- de ogen
- le rhume
- de verkoudheid
- l’oreille (f)
- het oor
- le nez
- de neus
- la bouche
- de mond
- les dents (f)
- de tanden
- le dos
- de rug
- le ventre
- de buik
- le bras
- de arm
- la jambe
- het been
- le bouton
- de pukkel
- le pied
- de voet
- l’hôpital (m)
- het ziekenhuis
- la fracture
- de breuk
- la cheville
- de enkel
- le doigt
- de vinger
- le doigt de pied
- de teen
- la santé
- de gezondheid
- la main
- de hand
- le genou
- de knie
- le coude
- de elleboog
- le corps
- het lichaam
- avoir mal à
- pijn hebben aan
- marcher
- lopen
- pâle
- bleek
- le médecin
- de dokter
- tout de suite
- meteen
- partout
- overal
- le pansement
- de pleister
- guérir
- genezen
- soulager
- verlichten
- saigner
- bloeden
- prescrire
- voorschrijven
- vomir
- overgeven
- la pommade
- het zalfje
- l’ordonnance (f)
- het recept
- la piqure d’insecte
- de insectenbeet
- le médicament
- het medicijn
- le mal de gorge
- de keelpijn
- le coup de soleil
- de zonnesteek