Bloed, bloedsomloop en afweer
Publiek
1
Woorden in deze lijst (68)
Origineel
- afvalstoffen
- stoffen die ontstaan na verbranding van glucose of resten die overblijven na het afbreken van stoffen n
- bloed
- vloeistof die via hart en bloedvaten overal in het lichaam verspreid wordt en zorgt voor de aan- en afvoer van stoffen, zoals zuurstof, voedingsstoffen en afvalstoffen
- bloedsomloop
- rondgaan van bloed via hart en bloedvaten
- bloedvat
- netwerk in het lichaam waardoor bloed stroomt
- hart
- orgaan dat het bloed door de bloedvaten rondpompt
- koolstofdioxide
- stof die ontstaat bij verbranding
- temperatuur
- grootheid om aan te geven hoe warm of koud iets is
- voedingsstof
- stof die je nodig hebt voor de verbranding, voor de opbouw of als reserve
- zuurstof
- stof die nodig is voor verbranding en die ontstaat bij fotosynthese
- blauwe plek
- wanneer bloed buiten het bloedvat komt en een bloedstolling onder de huid ontstaat
- bloedplaatje
- bestanddeel van bloed met een functie bij de bloedstolling
- bloedplasma
- bestanddeel van bloed dat voor het grootste deel uit water bestaat en een functie heeft bij het vervoer van afvalstoffen, voedingsstoffen en hormonen
- bloedstolling
- proces waarbij in een aantal stappen een stolsel gevormd wordt
- hemoglobine
- eiwit in een rode bloedcel, dat zuurstof kan vasthouden en weer loslaten
- rode beenmerg
- binnenste deel van botten waar bloedcellen en bloedplaatjes worden gemaakt
- rode bloedcel
- bloedcel voor het zuurstoftransport
- witte bloedcellen
- bloedcel voor de bestrijding van ziekteverwekkers
- dubbele bloedsomloop
- kleine en grote bloedsomloop samen
- grote bloedsomloop
- Hierin stroomt het bloed van het hart naar alle organen in het lichaam en terug naar het hart.
- ader
- bloedvat dat bloed van een orgaan naar het hart vervoert
- aorta
- hoofdslagader vanuit de linkerkamer van het hart naar slagaders in het gehele lichaam
- bovenste holle ader
- ader dat bloed van het bovenste deel van het lichaam naar het hart vervoert
- haarvat
- kleinste vertakking van een bloedvat in een orgaan
- kleine bloedsomloop
- Hierin stroomt het bloed van het hart naar de longen en terug naar het hart.
- klep (van een ader)
- stevig vlies dat een ader van binnen afsluit om te voorkomen dat het bloed de verkeerde kant uitstroomt
- koolstofdioxidearm
- met weinig koolstofdioxide
- koolstofdioxiderijk
- met veel koolstofdioxide
- leverader
- ader die voedselrijk bloed vervoert van de lever naar de rest van het lichaam
- afweersysteem
- aantal verschillende manieren waarmee het lichaam is beschermd tegen ziekteverwekkers en samen het verdedigingssysteem vormen
- antigenen
- uitsteeksel aan de buitenkant van een cel of virus dat door een antistof van het afweersysteem kan worden herkend
- antistoffen
- eiwit, gemaakt door witte bloedcellen. Antistoffen hechten aan ziekteverwekkers en maken ze daardoor onwerkzaam.
- immuun
- als je langdurig beschermd bent tegen een ziekteverwekker
- inenten
- toedienen van een vaccin
- infectieziekte
- ziekte veroorzaakt door het binnendringen van een ziekteverwekker, zoals een bacterie, virus of schimmel
- slijm
- waterachtige stof die zorgt voor de afvoer van stof en ziekteverwekkers
- slijmvlies
- weefsel met slijm producerende cellen
- vaccinatie
- toedienen van een vaccin
- leverslagader
- slagader die bloed van de aorta naar de lever vervoert
- longader
- ader die zuurstofrijk bloed vervoert van de longen naar het hart
- longslagader
- slagader die zuurstofarm vervoert van het hart naar de longen
- onderste holle ader
- ader dat bloed van het onderste deel van het lichaam naar het hart vervoert
- poortader
- bloedvat dat bloed van de darmen naar de lever vervoert
- slagaders
- bloedvat dat bloed van het hart naar een orgaan vervoert
- voedselrijk
- met veel voedingsstoffen
- zuurstofarm
- met weinig zuurstof
- zuurstofrijk
- met veel zuurstof
- aderverkalking
- vernauwing van de kransslagader waardoor er steeds minder bloed door het bloedvat kan stromen
- boezem (hartboezem)
- deel van het hart waar bloed het hart binnenkomt.
- hartinfarct
- ander woord voor hartaanval; onregelmatig pompen of het stoppen met pompen van het hart doordat het beschadigd is door zuurstoftekort
- hartkleppen
- kleppen tussen boezem en kamer, die verhinderen dat bloed in de boezem terugstroomt op het moment dat de kamer samentrekt
- hartslag
- aantal kloppende bewegingen van het hart per minuut
- hartspier
- spier die ervoor zorgt dat het hart kan samentrekken en daardoor bloed naar de aorta en longslagader pompt
- kamer (hartkamer)
- deel van het hart dat bloed wegpompt.
- kransader
- ader, die bloed van het spierweefsel van het hart naar de rechterboezem vervoert
- kransslagader
- aftakking van de aorta vlakbij het hart. De kransslagader voorziet het spierweefsel van het hart van zuurstof en voedingsstoffen.
- slagaderkleppen
- kleppen aan het begin van de longslagader of aorta die verhinderen dat bloed terugstroomt naar de kamer
- filteren
- stoffen onttrekken aan een vloeistof
- lever
- orgaan dat giftige stoffen onschadelijk maakt, verschillende stoffen opslaat en tekort aan bloedeiwitten aanvult
- lymfe
- vloeistof in de lymfevaten
- lymfeknoop
- klein rond orgaantje in het lymfevatenstelsel. Hierin zitten veel witte bloedcellen die ziekteverwekkers in de lymfe onschadelijk maken.
- lymfevat
- Hierdoorheen stroomt lymfe.
- lymfevatenstelsel
- stelsel van lymfevaten en lymfeknopen
- nier
- orgaan voor het filteren van het bloed
- plasbuis
- kanaal voor afvoer van urine vanuit de urineblaas
- urine
- door nieren geproduceerd overtollig water en afvalstoffen
- urineblaas
- orgaan voor tijdelijke opslag van urine
- urineleider
- kanaal tussen de nier en de urineblaas
- weefselvloeistof
- vloeibaar deel van het bloed dat het haarvat verlaat en tussen de weefselcellen stroomt