Begrippen
Publiek
Woorden in deze lijst (35)
Origineel
- benedenloop
- Laatste gedeelte van een rivier vanaf de bron tot aan de monding.
- bevriezen
- Vloeibaar water stolt en wordt ijs.
- bovenloop
- Eerste deel van een rivier vanaf de bron.
- cirrus
- Hoge wolken in de vorm van krullen of veren. Ze bestaan geheel uit ijskristallen.
- continentaal (schaalniveau)
- Je kijkt naar een continent.
- cumulus
- Stapelwolken die vaak steeds groter groeien. Ze kunnen dan voor neerslag zorgen.
- gemengde rivier
- Rivier die zijn water krijgt van zowel smeltwater van gletsjers als van neerslag.
- geografisch schaalniveau
- De grootte van het gebied dat je bekijkt. Je kijkt bijvoorbeeld naar een wijk (lokaal), een provincie (regionaal), een land (nationaal), een continent (continentaal) of de hele wereld (mondiaal).
- gletsjer
- IJsmassa die langzaam uit een gebergte naar beneden schuift.
- gletsjerrivier
- Rivier die zijn water vooral ontvangt van smeltwater van een gletsjer.
- grondwater
- Water in de bodem en gesteentes onder het aardoppervlak.
- grote waterkringloop
- Water verdampt, condenseert en valt als neerslag op het land. Via het grondwater of rivieren komt het uiteindelijk weer in de zee of oceaan terecht.
- inzoomen
- De aarde van steeds dichterbij bekijken, waarbij het schaalniveau verandert van een groot gebied naar een klein gebied. Bijvoorbeeld van regionaal naar lokaal schaalniveau.
- kleine waterkringloop
- Water verdampt, condenseert en valt als neerslag direct weer in de zee of oceaan.
- landijs
- IJsmassa die het vasteland bedekt.
- lokaal (schaalniveau)
- Laagste schaalniveau. Je kijkt naar een klein gebied, zoals een wijk, dorp of stad.
- middenloop
- Middelste deel van een rivier tussen bovenloop en benedenloop.
- mondiaal (schaalniveau)
- Hoogste schaalniveau. Je kijkt naar de hele wereld.
- nationaal (schaalniveau)
- Je kijkt naar een land.
- oppervlaktewater
- Water aan het aardoppervlak.
- regenrivier
- Rivier die zijn water ontvangt van de neerslag.
- regionaal (schaalniveau)
- Je kijkt naar een groter gebied, zoals een streek of provincie.
- smelten
- Vaste stof wordt vloeistof. Voorbeeld: ijs wordt water.
- stollen
- Vloeistof wordt vaste stof. Bij water noem je dat bevriezen. Voorbeeld: water wordt ijs.
- stratus
- Laaghangende grijze bewolking in de vorm van een egale laag.
- stroomgebied
- Gebied dat zijn water afvoert via één hoofdrivier met zijn zijrivieren.
- uitzoomen
- De aarde van steeds verderaf bekijken, waarbij het schaalniveau verandert van een klein gebied naar een groot gebied. Bijvoorbeeld van lokaal naar regionaal schaalniveau.
- verdampen
- Vloeistof wordt gas. Voorbeeld: water wordt waterdamp.
- verhang
- Verval per kilometer.
- verval
- Hoogteverschil tussen twee punten in een rivier.
- waterscheiding
- Grens tussen twee stroomgebieden.
- wolkenfamilie
- Een van de vier soorten waarin een wolk wordt ingedeeld op basis van zijn hoogte.
- wolkengeslacht
- Een van de tien soorten waarin de wolkenfamilies verder worden onderverdeeld.
- zoet water
- Water waarin weinig zout is opgelost. Drinkwater is zoet water.
- zout water
- Water waarin veel zout is opgelost. Zeewater is zout water.