Begrippenlijst Evolutie (Paragraaf 3 & 4)
Publiek
0
Woorden in deze lijst (12)
Origineel
- Soort
- Groep organismen die onderling kunnen voortplanten en vruchtbare nakomelingen krijgen.
- Soortvorming
- Het ontstaan van nieuwe soorten, vaak door geografische of reproductieve isolatie.
- Isolatie
- gescheiden raken van populaties, waardoor genenuitwisseling stopt
- Geografische isolatie
- scheiding door fysieke barrières (bergen, zeeën) leidt tot ontstaan nieuwe soorten
- Reproductieve isolatie
- geen voortplanting mogelijk tussen populaties door verschillen in gedrag,tijd of bouw
- Divergente evolutie
- soorten ontwikkelen zich uit een gemeenschappelijke voorouder,vaak door verschillende omgevingen
- Convergente evolutie
- verschillende soorten ontwikkelen vergelijkbare eigenschappen doordat ze in een soortgelijke omgeving leven
- Co-evolutie
- evolutie waarbij soorten zich aan elkaar aanpassen (bijv.bloem/
bestuiver) - Genetische drift
- willekeurige veranderingen in de allelfrequentie (genensamenstelling) binnen een kleine populatie
- Genenstroom
- Genmigratie/
uitwisseling van genen tussen populaties door migratie - Natuurlijke selectie
- proces waarbij individuen met gunstige erfelijke eigenschappen grotere overlevings- en voortplantingskans hebben
- Allelfrequentie
- frequentie waarmee een bepaald allel voorkomt in de genenpool van een populatie