Het Nederlandse Waddengebied
Publiek
Woorden in deze lijst (15)
Origineel
- Biodiversiteit
- Variatie aan levensvormen in de natuur.
- Voedselkringloop
- Natuurlijke kringloop van eten en gegeten worden.
- Binnenzee
- Zoutwatergebied dat (bijna) geheel is omsloten door land.
- Getij
- De dagelijkse beweging van opkomend water (vloed) en afgaand water (eb).
- Zeegat
- Toegang tot de open zee vanuit een rivier, zeearm of binnenzee.
- Geul
- In een waddengebied: een altijd onder water staande zijtak van een zeegat in een waddenzee.
- Wadplaat
- Hoog opgeslibde plaat in een waddenzee die bij eb droogvalt. Heet ook wad.
- Sedimentatie
- Afzetting van materiaal dat is meegenomen door water, wind of ijs.
- Slikken
- Modderige wadplaten die bij eb droogvallen.
- Prielen
- Droogvallende geultjes die water afvoeren naar de grotere geulen.
- Wantij
- Ondiepe plek in een waddenzee waar de vloedstromen uit twee zeegaten bij elkaar komen.
- Dynamiek
- Veranderingen als gevolg van steeds wisselende golven, getijstromen en zandaanvoer.
- Duin
- Een door de wind opgeworpen heuvel van zand.
- Kwelder
- Een begroeid stuk land dat direct aan zee grenst en alleen bij hoge vloed overstroomt.
- Slenk
- In een waddengebied: waterloop op een kwelder. Heet ook kreek.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–