7. Je eigen omgeving in beeld
Publiek
Woorden in deze lijst (42)
Origineel
- adressendichtheid
- Het aantal adressen in een cirkel van een kilometer rond een bepaald adres.
- agglomeratie
- Een stad met de daaraan vastgegroeide voorsteden en dorpen.
- binnenstad
- Het centrum van een stad.
- buurt
- Deel van een wijk.
- buurtprofiel
- Een soort paspoort van een buurt (woningen en bewoners).
- dorp
- Een plaats waar weinig mensen wonen en waar de woningdichtheid laag is.
- dorpskern
- Het oude centrum van een dorp, met de kerk.
- eengezinswoning
- Een woning die bestemd is voor één gezin, maar waar ook één of twee mensen kunnen wonen.
- eigen omgeving
- Het gebied rond je eigen huis waar je bijna dagelijks komt.
- enquête
- Vragenlijst om de mening van een groep mensen te onderzoeken.
- gebied
- Een klein of groot stuk van het aardoppervlak.
- hoogbouw
- Zelfstandige woningen in een gebouw met meerdere woonlagen (meergezinswoningen).
- huishouden
- Een of meer mensen die samen op één adres wonen.
- huurwoning
- Huis waarvan de bewoner zelf niet de eigenaar is, maar dat hij huurt van iemand anders.
- inrichting
- Het gebruik van de ruimte voor wonen, werken, verkeer en recreatie. Heet ook ruimtegebruik.
- koopwoning
- Huis waarvan de bewoner ook de eigenaar is.
- laagbouw
- Huizen met één, twee of drie verdiepingen (eengezinswoningen).
- landelijk gebied
- Gebied met weinig bebouwing en veel open ruimte. Heet ook platteland.
- leeftijdsopbouw
- De samenstelling van een bevolking in verschillende leeftijdsgroepen.
- meergezinswoning
- Woning in een gebouw waar onder en/
of boven andere mensen wonen of werken. - migratieachtergrond
- Iemand van wie één of beide ouders in het buitenland zijn geboren.
- multiculturele samenleving
- Het samenleven van mensen uit verschillende culturen.
- natuurlijke bevolkingsgroei
- Bevolkingsgroei door het aantal geboorten min het aantal sterfgevallen.
- niet-westerse migratieachtergrond
- Persoon uit een niet-westers cultuurgebied.
- oude woonwijk
- Stadswijk met een hoge woningdichtheid, gebouwd tussen 1870 en 1920.
- platteland
- Gebied met weinig bebouwing en veel open ruimte. Heet ook landelijk gebied.
- recreatie
- Alles wat je doet in je vrije tijd.
- renovatie
- Het opknappen van een huis.
- ruimtegebruik
- Het gebruik van de ruimte voor wonen, werken, verkeer en recreatie. Heet ook inrichting.
- sloop en nieuwbouw
- Slechte huizen afbreken en er nieuwe huizen voor in de plaats bouwen.
- stad
- Een concentratie van mensen en hun activiteiten op een bepaalde plek. Er is veel hoogbouw en de woningdichtheid is hoog.
- stadsgewest
- Stad met voorsteden eromheen die onderling veel contact hebben.
- stedelijk gebied
- Steden en stadsgewesten die dicht bij elkaar liggen.
- stedelijke vernieuwing
- Het vernieuwen van woonwijken in een stad.
- stedelijke voorziening
- Voorziening in een stad die kleine plaatsen niet hebben.
- suburbanisatie
- De verstedelijking van het platteland door migratie vanuit de stad.
- veldwerk
- Activiteit waarbij je zelf bronnen verzamelt buiten de school.
- verzorgingscentrum
- Stad met stedelijke voorzieningen die ook gebruikt worden door bewoners van omliggende plaatsen.
- verzorgingsgebied
- Een gebied dat voor allerlei stedelijke voorzieningen is aangewezen op een bepaalde stad.
- voorstad
- Door suburbanisatie snel gegroeid dorp of stadje dicht bij een grote stad.
- voorziening
- Iets waar bewoners van een wijk gebruik van kunnen maken, zoals een winkel, bibliotheek, dokterspraktijk, park of speelveldje.
- wijk
- Deel van een dorp of stad. Een wijk bestaat uit verschillende buurten.