2. Steden
Publiek
Woorden in deze lijst (39)
Origineel
- hoofdstad
- belangrijkste stad/
waar meestal de regering zetelt - landelijk gebied
- gebied met een lage bevolkings- en bebouwingsdichtheid en weinig variatie in voorzieningen
- megastad
- stad met meer dan 10 miljoen inwoners
- stedelijk gebied
- gebied met een hoge bevolkings- en bebouwingsdichtheid en een grote variatie in welvaart en voorzieningen
- urbanisatie
- verstedelijking/
proces waarbij mensen vanuit het landelijk gebied naar de stad verhuizen - verstedelijkingsgraad
- percentage van de bevolking dat in steden woont
- verstedelijkingstempo
- percentage waarmee de bevolking in steden jaarlijks toeneemt
- wereldstad
- stad die wereldwijd zeer belangrijk is
- gebiedskenmerken
- eigenschappen van een gebied, zijn gebergten, rivieren of de aanwezigheid van grondstoffen
- grid
- een rechthoekig stratenpatroon
- koloniale dubbelstad
- stadsopbouw waarbij de stad een oud centrum heeft én een modern stadsdeel dat in de koloniale tijd is gebouwd
- primate city
- grootste stad van een land, als deze veel meer inwoners heeft dan alle andere steden en/
of veel belangrijker is op economisch, politiek of cultureel gebied - relatieve ligging
- hoe een plaats ligt ten opzichte van andere plaatsen
- satellietstad
- nieuwe stad, op enige afstand van de oude stad, om deze te ontlasten en de bevolking te spreiden
- stedelijk netwerk
- een groep steden in een land die op veel manieren verbonden zijn met elkaar
- stratenpatroon
- de manier waarop de loop van de wegen in een stad of wijk gekarakteriseerd kan worden
- Central Business District (CBD)
- deel van de stad waar de zakenwereld zit, vaak met hoogbouw en hoge grondprijzen
- gentrificatie
- proces waarbij een gunstig gelegen wijk ineens veel rijkere inwoners aantrekt; dit kan door sloop en nieuwbouw, of door het opknappen van oudere gebouwen
- re-urbanisatie
- proces waarbij de stad (na een periode van suburbanisatie) weer mensen en bedrijven aantrekt
- sociale woningbouw
- de bouw van goede woningen voor mensen met een lager inkomen
- suburb
- ruim opgezette woonwijk met laagbouw
- suburbanisatie
- proces waarbij mensen en bedrijven vanuit de stad naar het omringende platteland verhuizen
- zelfbouwwijk
- wijk waarin de bewoners zelf de wijk, de infrastructuur en voorzieningen aanleggen of opknappen
- stadsplanning
- van tevoren nadenken over de inrichting van de ruimte
- agglomeratie
- aaneengesloten stedelijke bebouwing die zich uitstrekt over meer dan één gemeente
- groeikern
- door de Nederlandse overheid aangewezen plaats voor suburbanisatie
- Groene Hart
- gebied midden in de Randstad met weilanden en natuur
- Randstad
- stedelijk gebied in het westen van Nederland
- ruimtelijke ordening
- de wetten en regels die gelden bij het gebruik van de ruimte
- stedelijke regio
- gebied dat op een grote stad gericht is voor werk, studie en voorzieningen
- verzorgingsgebied
- het gebied dat door één plaats wordt voorzien van goederen en diensten
- Vinex-wijk
- woonwijk die sinds 1990 aan de stad werd vastgebouwd
- voorzieningenniveau
- het aantal en de kwaliteit van voorzieningen
- herstructurering
- het vervangen van slechte woningen en gebouwen door nieuwe, duurdere huizen en meer parkjes
- naoorlogse hoogbouw
- woonwijk uit ongeveer 1960-1970 met flats met lage huren
- naoorlogse laagbouw
- woonwijk uit ongeveer 1970-1980 met iets duurdere huizen, vaak in woonerven
- negentiende-eeuwse wijk
- woonwijk uit ongeveer 1900,met hoge woningdichtheid, goedkope woningen en weinig groen
- renoveren
- het opknappen van huizen en gebouwen door isolatie, centrale verwarming en beter sanitair
- verduurzaming
- zuiniger omspringen met energie en grondstoffen hergebruiken