3. Klimaat
Publiek
Woorden in deze lijst (33)
Origineel
- aanlandige wind
- Een wind die vanaf de zee naar het land waait.
- aflandige wind
- Een wind die vanaf het land naar de zee waait.
- atmosfeer
- De luchtlaag om de aarde.
- breedteligging
- De geografische ligging van een plaats ten opzichte van de evenaar, uitgedrukt in graden.
- frontale regen
- Regen ontstaat doordat warme en koude lucht elkaar ontmoeten en warme lucht gedwongen wordt op te stijgen, waarna het condenseert.
- gematigd zeeklimaat
- Een klimaat zoals in Nederland, met zachte winters en koele zomers en het hele jaar neerslag.
- geografische breedte
- De afstand van een plaats tot de evenaar.
- geografische lengte
- De afstand van een plaats tot de nulmeridiaan.
- hoge breedte
- Een plaats die ver van de evenaar af ligt.
- klimaat
- Het gemiddelde weer in een gebied, berekend over een periode van dertig jaar.
- klimaatverandering
- Verandering van het klimaat, waardoor het natter, droger, warmer óf kouder kan worden.
- lage breedte
- Een plaats die in de buurt van de evenaar ligt.
- landklimaat
- Een klimaat met strenge winters en warme zomers.
- meteoroloog
- Iemand die metingen doet over het weer en het weer voorspelt.
- neerslag
- Regen/
hagel/ sneeuw/ mist/ ijzel - noordelijk halfrond
- Dat deel van de aarde dat ten noorden van de evenaar ligt.
- pooldag
- Periode in het jaar waarin de zon voor een langere periode niet ondergaat.
- poolklimaat
- Een klimaat in gebieden waar de temperatuur in de zomer niet hoger wordt dan 0 °C. Komt voor op de polen en op grote hoogte.
- poolnacht
- Periode in het jaar waarin de zon voor een langere periode niet opkomt.
- savanneklimaat
- Een klimaat waarbij de temperatuur altijd hoger is dan 18 °C en er een droge en natte tijd is.
- seizoenen
- In Nederland zijn dit de winter/
lente/ zomer/ herfst. - smog
- Dikke mist met veel smerige stoffen erin.
- steppeklimaat
- Klimaat met hoge temperaturen en weinig neerslag, waardoor de begroeiing beperkt blijft tot gras.
- stijgingsregen
- Regen die ontstaat als warme lucht opstijgt en daardoor afkoelt.
- stuwingsregen
- Regen die ontstaat wanneer lucht gedwongen wordt tegen een berghelling op te stijgen.
- toendraklimaat
- Klimaat waarbij zelfs in de zomer de temperatuur niet boven de 10 °C komt.
- tropisch regenwoudklimaat
- Een klimaat waarbij de temperatuur altijd hoger is dan 18 °C en er het hele jaar door veel regen valt.
- waterdamp
- Als water verdampt, ontstaat het onzichtbare gas waterdamp.
- waterkringloop
- Hoe het water op aarde als het ware rondloopt in een kring: hoe water uit de zee verdampt en opstijgt, vervolgens afkoelt en condenseert tot wolken waaruit neerslag valt (korte kringloop), waarna het via rivieren en grondwater terugkeert naar zee (lange kringloop).
- weer
- De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment en bepaalde plaats.
- weerselementen
- Dit zijn neerslag/
temperatuur en wind. - woestijnklimaat
- Een klimaat in gebieden waar het meestal warm en droog is.
- zuidelijk halfrond
- Dat deel van de aarde dat ten zuiden van de evenaar ligt.