Module 4: 4/5/6 vwo - hoofdstuk 1
Publiek
Woorden in deze lijst (30)
Origineel
- Algemeen prijspeil
- gemiddeld prijsniveau van het goederenmandje
- Algemene prijs van tijd
- de rente: prijs van tijd die banken rekenen
- Basisjaar
- jaar dat als beginsituatie wordt genomen bij de berekening van indexcijfers
- Bestedingsaandelen
- uitgave aan een bepaald product als percentage van de totale uitgaven (zie ook wegingsfactor)
- Consumentenprijsindex (CPI)
- hoogte van het algemene prijspeil, uitgedrukt in een indexcijfer
- Deflatie
- daling van het algemeen prijspeil door de tijd
- Depositorente
- rentepercentage waartegen banken geld kunnen sparen bij de centrale bank
- Geldillusie
- de neiging om in nominale waarden te denken en niet in reële waarden
- Goederenmandje
- verzameling producten die representatief is voor wat een gemiddeld huishouden koopt
- Indexcijfer
- verhoudingsgetal van een waarde in twee verschillende perioden
- Individuele prijs van tijd
- ongemak van consumptie-uitstel
- Inflatie
- stijging van het algemeen prijspeil door de tijd
- Intertemporele ruil
- ruilen over de tijd
- Intertemporele substitutie
- verschuiving van consumptie over de tijd
- Kredietkanaal
- mechanisme waarmee monetair beleid de economie beïnvloedt
- Lenen
- vervroegen van consumptie: directe consumptie wordt betaald uit toekomstige inkomsten
- Marktprijs van tijd
- algemene prijs van tijd
- Monetair beleid
- beleid van de centrale bank
- Nominaal rendement
- rendement waarbij geen rekening wordt gehouden met inflatie
- Partieel prijsindexcijfer
- prijsindexcijfer van een product
- Prijsindexcijfer
- prijs omgezet naar een indexcijfer
- Reëel rendement
- rendement waarbij rekening wordt gehouden met inflatie
- Refirente
- reporente
- Rendement
- investeringsopbrengst in procenten van het geïnvesteerde bedrag
- Rente
- algemene prijs van tijd
- Reporente
- rentepercentage waartegen banken geld kunnen lenen bij de centrale bank
- Risico-aversie
- de neiging om het zekere voor het onzekere te nemen
- Sparen
- uitstellen van consumptie: directe consumptie wordt vervangen door consumptie in de toekomst
- Vermogensmarkt
- geheel van vraag naar en aanbod van krediet
- Wegingsfactor
- uitgave aan een bepaald product als percentage van de totale uitgaven (zie ook bestedingsaandeel)