Wörterliste A Deutsch - Niederländisch
Publiek
Woorden in deze lijst (24)
Origineel
- der Gewinner
- de winnaar
- der Sportplatz
- het sportveld
- der Tennisplatz
- de tennisbaan
- der Verein
- de vereniging
- der Verlierer
- de verliezer
- der Wettkampf
- de wedstrijd (overige sporten)
- die Mannschaft
- het team
- die Meisterschaft
- het kampioenschap
- das Foul
- de overtreding
- das Schwimmbad
- het zwembad
- das Spiel
- het spel/
de wedstrijd (balsport) - das Tor
- het doel/
doelpunt - die Zuschauer
- de toeschouwers
- anfeuern
- aanmoedigen
- Fußball spielen
- voetballen
- gewinnen
- winnen
- joggen
- hardlopen
- reiten
- paardrijden
- Schlittschuh laufen
- schaatsen
- schwimmen
- zwemmen
- Sport machen
- aan sport doen
- trainieren
- trainen
- unentschieden
- gelijkspel
- verlieren
- verliezen