Reageren met hormonen
Publiek
Woorden in deze lijst (15)
Origineel
- Schildklierhormonen
- Hormonen die een grote rol spelen bij het op temperatuur houden van het lichaam.
- TRH
- Thyreotropine-releasing hormoon, een peptidehormoon uit de hypothalamus dat de adenohypofyse stimuleert tot afgifte van TSH.
- TSH
- Thyroïdstimulerend hormoon, een hormoon uit de adenohypofyse dat de schildklier aanzet tot de afgifte van schildklierhormonen.
- Thyroxine (T4)
- Schildklierhormoon dat door de lever wordt omgezet in het actieve T3.
- T3
- Het werkzame schildklierhormoon dat de glucose- en vetverbranding in de mitochondriën stimuleert.
- Negatieve terugkoppeling
- Mechanisme waarbij de stijging van een hormoonconcentratie in het bloed leidt tot een verminderde activiteit van de hypothalamus en de hypofyse.
- ADH
- Antidiuretisch hormoon dat de terugresorptie van water uit de voorurine bevordert.
- Osmoreceptoren
- Receptoren in de hypothalamus die bij een verhoogde osmotische waarde van het bloed signalen afgeven aan de hypofyse.
- Ghreline
- Hormoon uit de maagwand dat het eetcentrum in de hypothalamus stimuleert.
- Neurohormoon Y (NPY)
- Hormoon uit de hypothalamus dat het eetcentrum stimuleert en een gevoel van trek veroorzaakt.
- Leptine
- Peptidehormoon dat bindt aan receptoren in het verzadigingscentrum en de afgifte van NPY remt.
- Insuline
- Hormoon dat een remmende werking heeft op het eetcentrum.
- Gastrine
- Hormoon uit de maagwand dat de maagzuurproductie en de maagperistaltiek stimuleert.
- Secretine
- Hormoon uit de alvleesklier dat de afgifte van HCO3- stimuleert en de maagzuurproductie remt.
- Epo
- Erytropoëtine, een hormoon uit de nieren dat de vorming van rode bloedcellen in het rode beenmerg stimuleert.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–