Begrippen deelcontexten 1.1 + 1.2 + 1.3
Publiek
0
Woorden in deze lijst (41)
Origineel
- agrarisch-urbane samenleving
- Een maatschappijvorm waarin de meeste mensen werkzaam zijn in de landbouw, maar waar ook steden zijn, waarin veel mensen hun brood verdienen als ambachtsman of handelaar.
- burgerij
- De belangrijkste groep bewoners van een stad, de mensen die het burgerrecht hebben.
- drieslagstelsel
- Een manier om een graanakker zo nuttig mogelijk te gebruiken, door in één jaar een derde van het land in de herfst in te zaaien, een derde van het land in de lente en een derde van het land braak te laten liggen.
- gemeen
- Een sociale klasse die werd onderscheiden tot circa 1700 en waarote iedereen behoorde die geen patriciër was.
- gewest (in de middeleeuwen)
- Een gebied in de Nederlanden dat onder het bestuur viel van een leenman.
- gilde
- Een vereniging van mensen met hetzelfde beroep (meestal handelaren of ambachtslieden) die de gezamenlijke belangen behartigt.
- Guldensporenslag
- Een veldslag in 1302, waarin Vlaamse ambachtslieden en boeren streden tegen patriciërs en Franse ridders. Tegen alle verwachtingen in wonnen de ambachtslieden en boeren deze strijd.
- laken
- Een wollen stof van hoge kwaliteit, die onder meer werd gebruikt bij het maken van kleding.
- monetaire economie
- Een economie waarin mensen geld gebruiken om mee te handelen (ook wel: geldeconomie).
- patriciër
- Lid van een machtige en belangrijke familie in een stad.
- poorter
- Burger van een stad; een persoon met burgerrecht.
- stadsrecht
- Het recht van een plaats op eigen bestuur en eigen rechtspraak.
- verzorgingsgebied
- Het gebied rondom een stad, waarvoor die stad een economische functie heeft.
- bedelorde
- Een religieuze orde van monniken of nonnen die geen bezittingen hebben en die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van liefdadigheid.
- Beeldenstorm
- Reeks vernielingen in katholieke kerken, in 1566 door protestanten.
- begijn
- Vrouw die samen met andere begijninnen in een begijnhof woont en zich daar toelegt op religieuze zaken.
- bonum commune
- Algemeen belang of het welzijn van het volk.
- calvinisme
- Stroming binnen het christendom die is gebaseerd op de ideeën van de hervormer Johannes Calvijn. Zie ook: protestantisme.
- centralisatie
- Het streven van heersers om hun gebied vanuit één punt te besturen en in het hele grondgebied gelijke wetten en belastingen in te voeren.
- gewetensvrijheid
- De vrijheid om zelf te kiezen welke religie je aanhangt.
- Hanze
- Een samenwerkingsverband van handelssteden in het noorden van Europa (de Nederlanden, Duitsland en Scandinavië).
- lutheranisme
- Stroming binnen het christendom die is gebaseerd op de ideeën van hervormer Maarten Luther. Zie ook: protestantisme.
- moderne devotie
- Religieuze stroming uit de 14e eeuw, waarvan de aanhangers kritiek hadden op de praktijken binnen de kerk; voorloper van de Reformatie.
- particularisme
- Het verschijnsel dat steden zoveel mogelijk zelfstandig beslissingen nemen, op basis van hun eigenbelang.
- protestantisme
- Het geheel van stromingen en kerken die zijn ontstaan uit protest tegen misstanden in de katholieke kerk.
- Reformatie
- Kerkhervorming die uiteindelijk leidde tot een scheuring in de kerk en het ontstaan van het protestantisme.
- republiek
- Staat die door (een deel van) de burgers zelf wordt bestuurd en niet door een koning of keizer.
- wisselbrief
- Een document waarin handelaren afspraken vastlegden over geld. Betalingen konden worden afgehandeld met een wisselbrief, in plaats van met echt geld.
- absolutisme
- Een regeringsvorm waarin de koning alle macht heeft en zelf boven de wet staat.
- Dertigjarige Oorlog
- Een oorlog (1618-1648) in het Duitse Rijk waarbij veel Europese landen betrokken waren.
- gewest (in de Republiek)
- Een gebied dat een bestuurlijke eenheid vormde, bestuurd door afgevaardigden van steden en adel.
- Gouden Eeuw
- Een periode van economische en culturele bloei in de Republiek, tijdens de 17e eeuw.
- mercantilisme
- De economische leer volgens welke de staat de eigen economie kan stimuleren door de export te bevorderen en de import te beperken.
- oligarchie
- Bestuur door een kleine elite.
- oorlogsconomie
- Een economie waarin zowel de economische productie als de economische winst in dienst staat van de oorlogsvoering.
- Oranjegezind
- Behorend tot de partij die in de Republiek de stadhouders uit het huis van Oranje steunde (ook wel: prinsgezind).
- Rampjaar
- Het jaar 1672, waarin de Republiek van drie kanten werd aangevallen: door Frankrijk, door Engeland en door twee Duitse staten.
- regent
- Een lid van de groep rijke burgers die de Republiek bestuurden. Zie ook: patriciër.
- staatsgezind
- Behorend tot de partij die de gewestelijke staten in de Republiek als soeverein beschouwde en die zich verzetten tegen een te grote macht van de stadhouder.
- stadhouder
- Ooit (in de Spaanse tijd) de dienaar van de koning, later (in de Republiek) een hoge ambtenaar van de gewesten die voor de gehele Republiek optrad als aanvoerder van leger en vloot.
- stapelmarkt
- Een plaats waar producten uit de hele wereld naartoe werden gebracht, om vanaf daar weer te worden doorverkocht.