Biologie begrippen H7
Publiek
1keer geoefend
Woorden in deze lijst (27)
Origineel
- Duurzaam /
duurzaamheid - omgaan met de aarde zonder schade of uitputting van grondstoffen /
Voorbeeldvraag: Noem één duurzame energiebron. → Zonne- of windenergie. - Ecosysteem
- alle organismen + alle abiotische factoren in een gebied /
Voorbeeldvraag: Noem drie ecosystemen in Nederland. → Waddenzee, duinen, heide (bos kan ook). - Biotische en abiotische factoren
- Biotisch: levende factoren (planten, dieren, schimmels); Abiotisch: niet-levend (licht, bodem, temperatuur) /
Voorbeeldvraag: Is wind biotisch of abiotisch? → Abiotisch. - Producenten
- planten die voedsel maken door fotosynthese /
Voorbeeldvraag: Waarom staan producenten onderaan de voedselpiramide? → Ze hebben de meeste biomassa. - Consumenten
- Herbivoren
- Reducenten
- bacteriën en schimmels die resten afbreken tot mineralen /
Voorbeeldvraag: Waarom zijn reducenten belangrijk? → Ze maken mineralen vrij voor planten (voedselkringloop). - Voedselketen
- wie eet wie; pijl betekent “wordt gegeten door”
- Voedselweb
- veel voedselketens samen
- Voedselpiramide + biomassa
- biomassa
- Koolstofkringloop
- CO₂ → planten → dieren → reducenten → terug als CO₂ door verbranding/
ademhaling - Populatie
- groep organismen van dezelfde soort in een gebied /
Voorbeeldvraag: Noem twee oorzaken dat een populatie groeit. → Hoog geboortecijfer, immigratie. - Biologisch evenwicht
- predatoren & prooidieren houden elkaar in balans
- Tolerantiegebied
- minimum–optimum–maximum waarin een soort kan leven /
Voorbeeldvraag: Wat gebeurt er boven het maximum? → Organisme sterft. - Omgevingsfactor
- factor die invloed heeft → biotisch of abiotisch
- Migratie
- trek van dieren
- Exoot
- soort die door mensen in een gebied terechtkomt /
Voorbeeld: Rivierkreeft in Nederland komt via schepen (ballastwater) - Fossiele brandstof
- steenkool, aardolie, aardgas; Verbranding → extra CO₂ → versterkt broeikaseffect
- Broeikasgas /
versterkt broeikaseffect - meer CO₂ → meer warmte blijft op aarde → opwarming van de aarde
- Stikstof /
stikstofproblemen - bronnen: mest (ammoniak), verkeer, industrie; Gevolgen: algenbloei, afname biodiversiteit
- Algenbloei
- veel stikstof → veel algen → andere waterplanten sterven → zuurstoftekort → vissen sterven
- Fijnstof
- hele kleine schadelijke deeltjes → van verkeer, industrie, landbouw
- Microplastics
- kleine plastic deeltjes → dieren eten ze in
- Hernieuwbaar
- grondstoffen die vanzelf worden aangevuld (wind, zon, hout)
- Recyclen
- materialen opnieuw gebruiken
- Klimaatvoetafdruk
- hoeveel broeikasgassen jij veroorzaakt
- Rivierkreeft (exoot voorbeeld)
- Hoe komt hij in Nederland? → Meestal met schepen mee in ballastwater; Probleem: eet waterplanten op → water wordt troebel → minder biodiversiteit
- Kleding (duurzaamheid)
- Vriendelijke stoffen: biologisch katoen, hennep, linnen, gerecyclede materialen; Minder vriendelijke stoffen: polyester, nylon, acryl, goedkoop synthetisch fast-fashion