Sporen uit de ijstijd
Publiek
Woorden in deze lijst (16)
Origineel
- Pleistoceen
- Geologisch tijdvak vanaf 2,5 miljoen jaar tot 12.000 jaar geleden.
- Glaciaal
- Koude periode waarin de gemiddelde temperatuur op aarde een paar graden daalt en waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormen. Heet ook ijstijd.
- Interglaciaal
- Warmere periode tussen twee ijstijden (glacialen) in.
- Landijs
- Laag eeuwige sneeuw op het land die tot ijs is samengeperst.
- Gletsjer
- Enorme ijsmassa die langzaam naar beneden schuift.
- Vlechtende rivier
- Snelstromende rivier met veel ondiepe waterlopen.
- Puinwaaier
- Waaiervormige afzetting die zich vormt als de stroomsnelheid van een rivier sterk vermindert.
- Regiem
- Schommelingen in de waterafvoer van een rivier (in de loop van een jaar).
- Keileem
- Grondmorene bestaande uit een mengsel van keien, grind, zand en leem.
- Keileemkop
- Door het landijs opgeperste heuvel van keileem.
- Tongbekken
- Door het landijs uitgediept rivierdal.
- Stuwwal
- Door landijs opgedrukte heuvel.
- Holoceen
- Geologisch tijdvak vanaf 12.000 jaar geleden tot nu.
- Glaciale landschapsvorm
- Vorm in het landschap die is ontstaan door landijs (gletsjers).
- Dekzand
- Afzetting van zand door de wind in de laatste ijstijd.
- Löss
- Afzetting van fijne deeltjes door de wind in de laatste ijstijd. De korrelgrootte zit tussen die van zand en klei in.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–