2. Voedsel in de Verenigde Staten
Publiek
Woorden in deze lijst (33)
Origineel
- akkerbouw
- Vorm van landbouw waarbij gewassen als graan, mais en aardappelen worden verbouwd op grote akkers.
- arbeidsintensief
- Productie waarbij veel arbeid per hectare of per product nodig is.
- bosbouw
- Vorm van landbouw waarbij bomen gekweekt worden voor de productie van hout.
- bruto nationaal product (bnp)
- Het geld dat alle inwoners van een land in een jaar samen verdienen.
- calorie
- Maat voor de hoeveelheid energie in voedsel.
- duurzaam voedsel
- Voedsel dat zo geproduceerd is dat de gevolgen voor mensen, dieren, de omgeving en het klimaat zo klein mogelijk zijn, zodat de mensen in de toekomst ook nog voldoende en gezond kunnen eten.
- export
- Het uitvoeren van goederen.
- extensieve veeteelt
- Veeteelt met weinig dieren op veel grond.
- hooggebergteklimaat
- Koud klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur nooit hoger is dan 0 °C. Heet ook sneeuwklimaat.
- hoogvlakte
- Een vlak of zachtgolvend gebied dat op meer dan 500 m hoogte ligt.
- illegaal
- Als je zonder geldige papieren in een ander land verblijft.
- import
- Het invoeren van goederen.
- infrastructuur
- Alle voorzieningen die nodig zijn om personen, goederen of informatie te vervoeren, bijvoorbeeld autowegen, spoorwegen, fietspaden en glasvezelkabels.
- intensieve landbouw
- Landbouw waarbij veel kapitaal en kennis wordt gebruikt om een hoge opbrengst per hectare of per dier te behalen.
- intensieve veeteelt
- Veeteelt met veel dieren op weinig grond.
- irrigatie
- Water op het land brengen om gewassen te laten groeien.
- kapitaalintensief
- Productie waarbij veel kapitaal (geld) per hectare, per dier of per product nodig is. Dit geld is nodig voor bijvoorbeeld machines, installaties en gebouwen.
- klimaat
- Het gemiddelde weer over een periode van dertig tot veertig jaar.
- kustvlakte
- Een vlakke en laag liggende strook land langs de kust.
- laagland
- Gebied dat lager ligt dan 200 m. Er zijn weinig hoogteverschillen.
- laagvlakte
- Een gebied met weinig of geen reliëf dat lager ligt dan 500 m.
- landbouw
- Het produceren van voedsel en andere producten door gewassen te verbouwen of dieren te houden.
- landklimaat
- Klimaat met warme zomers en koude winters. De neerslag valt in alle seizoenen.
- levensverwachting
- Het gemiddelde aantal te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. Meestal gaat het om de levensverwachting bij de geboorte.
- lijzijde
- De kant van de berg waar de wind niet op staat. Het is de droge kant van de berg.
- loefzijde
- De kant van de berg waar de wind tegenaan waait. Het is de natte kant van de berg.
- middelgebergte
- Gebied met bergen van 500 tot 1.500 m hoog.
- Middellandse Zeeklimaat
- Klimaat met droge, warme zomers en zachte, natte winters.
- onzichtbaar water
- Het water dat nodig is om een product te maken.
- openbare ruimte
- Gebied dat voor iedereen toegankelijk is, zoals wegen, pleinen, parken, een bibliotheek.
- primaire sector
- Sector die bestaat uit bedrijven die grondstoffen uit de natuur halen.
- regenschaduw
- Droog gebied dat ontstaat door de beschutte ligging achter een gebergte.
- reliëf
- Hoogteverschillen in het landschap.