Duits Jaar 3 blz 210
Publiek
0
Woorden in deze lijst (96)
Origineel
- de advocaat
- der Anwalt
- de apotheker
- der Apotheker
- de baan
- der Job
- de banen (mv)
- die Jobs
- het beroep
- der Beruf
- de beroepen (mv)
- die Berufe
- het bijbaantje
- der Nebenjob
- de bijbaantjes (mv)
- die Nebenjobsö
- de droom
- der Traum
- de dromen (mv)
- die Träume
- de ingenieur (m)
- der Ingenieur
- de mens
- der Mensch
- de mensen (mv)
- die Menschen
- het nadeel
- der Nachteil
- de politieagent
- der Polizist
- de psycholoog
- der Psychologe
- het succes
- der Erfolg
- het voordeel
- der Vorteil
- de wens
- der Wunsch
- de advocate
- die Anwältin
- de apothekeres
- die Apothekerin
- het hbo
- die Fachhochschule
- de ingenieur (v)
- die Ingenieurin
- de keuze
- die Wahl
- de opleiding
- die Ausbildung
- de politieagente
- die Polizistin
- de psychologe
- die Psychologin
- de toekomst
- die Zukunft
- het tussenjaar
- die Auszeit
- de universiteit
- die Universität
- de wereldreis
- die Weltreise
- het werk
- die Arbeit
- het buitenland
- das Ausland
- het doel
- das Ziel
- de stage
- das Praktikum
- de studie
- das Studium
- de zaak
- das Unternehmen
- Azië
- Asien
- economie
- Wirtschaft
- geneeskunde
- Medizin
- rechten
- Jura
- beginnen
- anfangen
- beleven
- erleben
- dromen
- träumen
- begonnen (vt)
- angefangen
- geven
- geben
- gegeven (vt)
- gegeben
- houden
- halten
- gehouden/
hielden (vt) - gehalten
- kiezen
- wählen
- laten
- lassen
- lieten (vt)
- gelassen
- leren kennen
- kennenlernen
- leren voor
- lernen für
- luieren, niets doen
- faulenzen
- samenwerken
- zusammenarbeiten
- studeren
- studieren
- twijfelen
- zweifeln
- vakantie houden
- Ferien machen
- verdienen
- verdienen
- werken
- arbeiten
- wisselen
- wechseln
- zich interesseren voor
- sich interessieren für
- zien
- sehen
- gezien (vt)
- gesehen
- bijvoorbeeld
- zum Beispiel
- binnen
- drinnen
- buiten
- draußen
- gelukkig
- glücklig
- in ieder geval
- auf jeden Fall
- klaar
- fertig
- misschien
- vielleicht
- nu
- jetzt
- precies
- genau
- succesvol
- erfolgreich
- tevreden
- zufrieden
- waarschijnlijk
- wahrscheinlich
- zelfstandig
- selbstständig
- het vak
- das Fach
- het vwo
- das Gymnasium
- de winkel
- das Geschäft
- helpen
- helfen
- geholpen (vt)
- geholfen
- leuk vinden
- fallen
- leuk gevonden (vt)
- gefallen
- lezen
- lesen
- gelezen (vt)
- gelesen
- lopen, gaan
- laufen
- gelopen, gegaan (vt)
- gelaufen
- nemen
- nehmen
- genomen (vt)
- genommen
- rijden
- fahren
- gereden (vt)
- gefahren
- gemakkelijk
- leicht
- later
- später
- moeilijk
- schwierig