Verteringsstelsel
Publiek
Woorden in deze lijst (19)
Origineel
- Mechanische verkleining
- Het verkleinen van voedsel door te kauwen en te malen, waardoor het oppervlak voor enzymen wordt vergroot.
- Chemische vertering
- De afbraak van macromoleculen uit voeding door enzymen tot opneembare moleculen.
- Darmperistaltiek
- Het door spierbewegingen van lengte- en kringspieren voortduwen en kneden van de voedselbrij door het maag-darmkanaal.
- Amylase
- Een enzym in speeksel en alvleessap dat zetmeelmoleculen afbreekt.
- Speekselklieren
- Klieren in de mondholte die speeksel produceren met daarin amylase, slijm en bacteriedodende eiwitten.
- Slikreflex
- Het proces waarbij de tong voedsel naar de slokdarm duwt, de huig de neusholte afsluit en het strotklepje de luchtpijp afsluit.
- Maagsap
- Verteringssap uit de maagsapklieren dat zoutzuur, pepsinogeen en slijm bevat.
- Zoutzuur
- Vloeistof in het maagsap die eiwitten laat opzwellen, enzymen activeert en bacteriën doodt.
- Pepsinogeen
- Een inactief pro-enzym uit de maagsapklieren dat onder invloed van zoutzuur wordt omgezet in het actieve peptase.
- Peptase
- Het actieve enzym in de maag dat eiwitten afbreekt tot polypeptiden.
- Maagportier
- De kringspier aan de onderkant van de maag die de doorstroming van de voedselbrij naar de twaalfvingerige darm reguleert.
- Twaalfvingerige darm
- Het eerste deel van de dunne darm waarin de afvoerbuis van de lever, galblaas en alvleesklier uitmondt.
- Gal
- Vloeistof afkomstig uit de lever die van belang is voor de vertering van vetten.
- Alvleessap
- Verteringssap uit de alvleesklier dat waterstofcarbonaat bevat om de pH te verhogen en enzymen bevat voor de afbraak van voedingsstoffen.
- Darmsapklieren
- Klieren in de dunne darm die enzymen afgeven voor de verdere vertering van koolhydraten, polypeptiden en nucleotiden.
- Blindedarm
- Een blind eindigend stuk van de dikke darm dat fungeert als reservoir voor goede bacteriën.
- Appendix
- Het wormvormig aanhangsel van de blindedarm waarin bacteriën aanwezig blijven om de dikke darm te kunnen herbevolken.
- Darmmicrobioom
- De verzameling van alle bacteriën, schimmels en virussen die in de blindedarm en de dikke darm leven.
- Endeldarm
- Het deel van het verteringsstelsel waarin de ontlasting wordt opgeslagen tot het moment van toiletbezoek.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–