Welke begrippen moet je kennen?
Publiek
Woorden in deze lijst (62)
Origineel
- afzetmarkt
- Het aantal klanten dat producten en diensten wil kopen.
- arbeidsextensief
- Bedrijf dat weinig arbeid nodig heeft.
- autonomie
- Vrijheid van een land of gebied om eigen wetten en regels te bepalen.
- beroepsbevolking
- Mensen die betaald werk (willen) doen.
- bevolkingsprognose
- Berekende voorspelling van het bevolkingsaantal.
- bnp per inwoner
- Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking.
- bodemvervuiling
- Vervuiling doordat mensen vervuilende stoffen aan de bodem toevoegen, zoals industrieel afval en kunstmest en bestrijdingsmiddelen uit de landbouw.
- bondsstaat
- Zie federatie.
- braindrain
- Het vertrek van goedopgeleide mensen naar het buitenland.
- bron
- Zoekplaats voor informatie.
- bruto nationaal product (bnp)
- Het geld dat alle inwoners in een jaar in een land samen verdienen.
- cartograaf
- Kaartenmaker.
- corruptie
- Het stiekem aannemen van geld en in ruil daarvoor mensen voortrekken of diensten bewijzen.
- culturele diversiteit
- De verscheidenheid aan culturen binnen een samenleving of gebied.
- culturele minderheid
- Zie etnische minderheid.
- deelstaat
- Gebied binnen een land dat voor een deel autonomie heeft. Er is een hoofdstad, er zijn ministeries en er zijn eigen wetten en regels.
- diversificatie
- Het minder eenzijdig maken van de economie.
- etnische groep
- Deel van een volk dat in een (ander) land (bij elkaar) woont.
- etnische minderheid
- Deel van een volk dat in een (ander) land (bij elkaar) woont en in dat land in de minderheid is. Heet ook culturele minderheid.
- exportvalorisatie
- Bewerking van en waardetoevoeging aan goederen die voor de export bestemd zijn.
- federatie
- Een land met één centrale regering met daarnaast in elke deelstaat een eigen regering. Heet ook bondsstaat.
- gated community
- Zwaarbewaakte woonwijk met een hoge muur of een hek eromheen.
- gezinsplanning
- Het toepassen van geboortebeperking.
- informele sector
- Dienstensector met ongeschoold en niet-geadministreerd werk.
- infrastructuur
- Alle voorzieningen die nodig zijn om personen, goederen of informatie te vervoeren.
- inrichting
- Het gebruik van de ruimte voor wonen, werken, verkeer en recreatie. Heet ook ruimtegebruik.
- kaart
- Een verkleinde tekening van een gebied.
- kolonie
- Gebied in een ander werelddeel dat in bezit is van (meestal) een Europees land.
- luchtvervuiling
- Vervuiling van de lucht door bijvoorbeeld de verbranding van fossiele brandstoffen en door de landbouw en de industrie.
- mangrove
- Boom die langs tropische kusten leeft in zout water.
- megastad
- Stad met meer dan 10 miljoen inwoners.
- mental map
- Een persoonlijke kaart in je hoofd of op papier op basis van wat je hebt meegemaakt, gelezen, gehoord of gezien over een gebied.
- milieuvervuiling
- Het in de leefomgeving (lucht, water en/
of bodem) brengen van schadelijke stoffen voor de natuur en voor de mens. - multiculturele samenleving
- Samenleving van mensen uit verschillende culturen.
- natuurlijke bevolkingsgroei
- Bevolkingsgroei of bevolkingsafname door het aantal geboorten min het aantal sterfgevallen.
- natuurlijke hulpbron
- Product uit de natuur dat mensen goed kunnen gebruiken.
- neokolonialisme
- Situatie waarin arme landen ook na de onafhankelijkheid afhankelijk blijven van de rijke, voormalige kolonisator. Arme landen leveren grondstoffen aan en zijn afnemers van industrieproducten uit rijke landen.
- remittances
- Geldzendingen door migranten naar het land van herkomst.
- ruilvoet
- De verhouding tussen het prijspeil van de exportproducten en het prijspeil van de importproducten.
- ruilvoetverslechtering
- Als landen voor de grondstoffen die ze verkopen een steeds lagere prijs krijgen, terwijl de industrieproducten die ze kopen steeds duurder worden.
- ruimtelijke ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen het ene en het andere gebied.
- ruimtelijke ordening
- Het maken van plannen over de inrichting van een gebied.
- ruraal-urbane migratie
- Migratie van het platteland naar de stad.
- savanne
- Natuurlandschap in de tropen met lange grassen, afgewisseld met groepjes bomen en struiken.
- selectieve migratie
- Migratie op basis van bijvoorbeeld leeftijd, inkomen en/
of geslacht. - sociale bevolkingsgroei
- Verandering van het bevolkingsaantal door vestiging min vertrek.
- sociale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen verschillende groepen mensen in een gebied.
- sociale structuur
- De opbouw van een samenleving in groepen.
- staat
- Gebied met duidelijke grenzen en een bestuur dat eigen baas is (soeverein).
- staatsvorm
- De manier waarop een staat wordt bestuurd.
- steppe
- Natuurlandschap waar net genoeg regen valt voor de groei van grassen en lage struikjes.
- stereotiep beeld
- Een eenzijdige of vertekende weergave van de werkelijkheid van een gebied, een groep mensen of een verschijnsel.
- tropisch regenwoud
- Natuurlandschap in de warme, vochtige tropen met dicht, ondoordringbaar bos.
- urbanisatie
- Het proces waarbij steeds meer mensen in een stad gaan wonen. Heet ook verstedelijking.
- urbanisatiegraad
- Het percentage mensen dat in een stad woont. Heet ook verstedelijkingsgraad.
- urbanisatietempo
- De snelheid waarmee de urbanisatiegraad toeneemt.
- verstedelijking
- Zie urbanisatie.
- verstedelijkingsgraad
- Zie urbanisatiegraad.
- watervervuiling
- Vervuiling van het water door bijvoorbeeld lozingen van de industrie en door huishoudens.
- welvaart
- De mate waarin iemand genoeg geld heeft om in zijn behoeften te voorzien.
- zelfbouwwijk
- Wijk waar de bewoners zelf (illegaal) woningen hebben gebouwd.
- zelfvoorzienend
- Productie voor eigen gebruik.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–