2. Opbouw en afbraak
Publiek
Woorden in deze lijst (45)
Origineel
- aardbeving
- Trilling van de aardkorst door verschuiving van aardplaten.
- aardkern
- Binnenste van de aarde,bestaande uit vast ijzer met daaromheen vloeibaar ijzer.
- aardkorst
- De buitenste,vaste laag van de aarde.
- aardmantel
- Laag van heet gesteente tussen de aardkorst en de aardkern.
- aardplaten (schollen)
- Losse delen van de aardkorst die langzaam bewegen op de aardmantel.
- breuklijn
- Grens tussen twee aardplaten.
- continentale korst
- Lichte,dikke aardkorst die meestal onder land ligt.
- convergente breuk
- Grens tussen twee aardplaten die naar elkaar toe bewegen.
- cultuurlandschap
- Landschap waar de mens invloed op had.
- divergente breuk
- Grens tussen twee aardplaten die uit elkaar bewegen.
- erosie
- Het afschuren van gesteente door verweringsmateriaal in stromend water,bewegend ijs of de wind.
- geiser
- Heetwaterbron die met enige regelmaat water hoog de lucht in spuit.
- grondsoort
- Het materiaal waar de ondergrond uit bestaat.
- Hoog-Nederland
- Deel van Nederland dat boven NAP ligt (zuiden en oosten).
- hoogtelijnen
- Lijnen die punten van gelijke hoogte verbinden.
- hotspotvulkaan
- Vulkaan die is ontstaan doordat magma op een extra hete plek in de aardmantel door de aardkorst breekt.
- ijstijd
- Lange,koude periode in de geschiedenis van de aarde waarin grote delen van het land met gletsjers bedekt zijn en de zeespiegel veel lager ligt.
- isolijnen
- Lijnen die punten met een gelijke waarde verbinden.
- kegel
- Berg van gestolde lava,modder en steen.
- krater
- Opening boven in de kogel van een vulkaan.
- Laag-Nederland
- Deel van Nederland dat onder NAP ligt (westen en noorden).
- landschap
- De vorm die het land heeft gekregen door natuurlijke en menselijke factoren.
- lava
- Heet gesteente (magma) dat aan het aardoppervlak komt.
- löss
- Fijn zand dat door de wind is afgezet.
- magma
- Gesmolten steen in de aardmantel.
- magmakamer
- Grote ruimte diep in de aardkorst vol met magma.
- mid-oceanische rug
- Een gebergte op een divergente breuk in de oceaan.
- NAP
- Normaal Amsterdams Peil:ongeveer de gemiddelde hoogte van de zeespiegel.
- oceanische korst
- Zware,dunne,vaste aardkorst die meestal onder de oceaan ligt.
- reliëf
- Verschil in hoogte in het landschap.
- rivierklei
- Fijn sediment dat door rivieren is afgezet.
- schildvulkaan
- Vulkaan met een flauwe helling waar dunne lava uitstroomt.
- schollen (aardplaten)
- Losse delen van de aardkorst die langzaam bewegen op de aardmantel.
- sediment
- Materiaal dat door een gletsjer,een rivier of door de wind ergens wordt achtergelaten.
- sedimentatie
- Proces waarbij materiaal door een gletsjer,een rivier of door de wind ergens wordt achtergelaten.
- stratovulkaan
- Explosieve vulkaan met een steile helling en taaie lava.
- stuuwwal
- Heuvel die is ontstaan doordat een gletsjer grind,zand en klei voor zich uitduwde.
- subductie
- Het duiken van zware oceanische korst onder lichtere continentale korst.
- transforme breuk
- Breuk tussen twee aardplaten die langs elkaar schuiven.
- trog
- Extreem diepe strook in zee die is ontstaan bij subductie.
- veen
- Grondsoort ontstaan uit resten van dode planten.
- verwering
- Het afbreken van gesteente door temperatuurverschillen,water en plantenwortels.
- verweringsmateriaal
- Materiaal dat door afbraak is ontstaan.
- vulkaan
- Berg die is opgebouwd uit materiaal dat uit het binnenste van de aarde is uitgeworpen of uitgevloeid.
- zeeklei
- Fijn sediment dat door de zee is afgezet.