Ecologie begrippen
Publiek
0keer geoefend
Woorden in deze lijst (40)
Origineel
- Abiotische factoren
- invloeden van de levenloze natuur
- autotroof
- -
- beperkende factor
- abiotische factor die bepaalt hoeveel organismen van een soort in een gebied kunnen overleven
- biodiversiteit
- -
- biologische evenwicht
- -
- biomassa
- het totale gewicht van alle organische stoffen
- biotische factoren
- invloeden afkomstig van de levende natuur
- climaxecosysteem
- -
- commensalisme
- de organismen van de ene soort hebben voordeel en de organismen van de andere soort geen voordeel en geen nadeel
- competitie
- zie concurrentie
- concurrentie
- strijd tussen twee organismen, komt vaak voor binnen een populatie
- consument
- organismen die andere organismen als voedsel nodig hebben
- draagkracht
- de maximale populatiegrootte van de verschillende populaties die over langere tijd in een ecosysteem kunnen worden gehandhaafd
- ecosysteem
- een min of meer begrensd gebied waarin wisselwerking plaatsvindt tussen verschillende biotische en abiotische factoren
- emigratie
- aantal wegtrekkende individuen
- exoten
- soort die als gevolg van menselijk handelen terechtkomt in een gebied waar hij van oorsprong niet thuishoort
- geboortecijfer
- aantal organismen dat per tijdseenheid door voortplanting ontstaat
- heterotroof
- -
- immigratie
- aantal binnentrekkende individuen
- macroklimaat
- -
- mutualisme
- vorm van symbiose, de organismen van beide soorten hebben voordeel
- optimum
- de waarde van een abiotische factor die het gunstigst is voor het organisme
- optimumkromme
- in een diagram wordt het aantal individuen uitgezet tegen een abiotische factor
- organisatieniveau
- -
- parasitisme
- vorm van symbiose, een parasiet leeft op of in een organisme van een andere soort en onttrekt er voedsel aan
- pionier-ecosysteem
- ecosysteem dat als eerste ontstaat in een onbegroeid gebied
- piramide van aantallen
- aantal organismen per trofisch niveau
- piramide van biomassa
- biomassa per trofisch niveau
- populatiedichtheid
- het gemiddeld aantal individuen van een soort per oppervlakte-eenheid of per volume-eenheid
- predatie
- het eten van dieren
- producent
- organismen die in staat zijn om hun eigen voedsel te maken door middel van assimilatie
- reducent
- breken dood organisch materiaal af tot anorganische stoffen
- sterftecijfer
- aantal organismen dat per tijdseenheid sterft
- successie
- verandering van de soortensamenstelling in een gebied
- symbiose
- langdurige samenleving van organismen van verschillende soorten. (mutualisme, commensalisme en parasitisme)
- tolerantie
- het vermogen van organismen om schommelingen in een abiotische factor te verdragen
- tolerantiegebied
- -
- trofische niveau
- schakel in de voedselketen
- verlanding
- -
- vraat
- het eten van planten door dieren