3. Klimaat
Publiek
Woorden in deze lijst (45)
Origineel
- gematigd zeeklimaat
- klimaat waarin het verschil tussen de zomer- en wintertemperatuur niet zo groot is en er het hele jaar door neerslag kan vallen
- hoge breedte
- de afstand ten opzichte van de evenaar uitgedrukt in graden, waarbij de afstand boven de 60e graad ligt
- hooggebergteklimaat
- temperatuur komt nooit boven nul graden; dit klimaat ligt hoog in de bergen
- klimaat
- het gemiddelde weer, gemeten over een periode van dertig jaar
- lage breedte
- de afstand ten opzichte van de evenaar uitgedrukt in graden, waarbij de afstand onder de 30e graad ligt
- landklimaat
- klimaat met een groot verschil tussen de zomer- en wintertemperatuur
- poolklimaat
- temperatuur komt nooit boven de 0 graden
- savanneklimaat
- klimaat waarbij de temperatuur altijd hoger is dan 18 °C en er een droge en een natte tijd is
- steppeklimaat
- klimaat met hoge temperaturen en weinig neerslag, waardoor de begroeiing beperkt blijft tot gras
- toendraklimaat
- klimaat waarbij zelfs in de zomer de temperatuur niet boven de 10 °C komt
- tropisch regenwoudklimaat
- klimaat waarbij de temperatuur altijd hoger is dan 18 °C en het hele jaar door veel regen valt
- weer
- toestand van de atmosfeer op een bepaald moment en een bepaalde plaats
- woestijnklimaat
- klimaat met meestal hoge temperaturen en vrijwel geen neerslag
- atmosfeer (dampkring)
- luchtlaag rondom de aarde
- invalshoek van de zon
- de hoek waaronder de zonnestralen het aardoppervlak raken
- kortgolfige straling
- zichtbare straling (licht) door de zon uitgezonden
- langgolfige straling
- warmtestraling uitgestraald door de aarde
- aardas
- denkbeeldige lijn die dwars door de aarde van de Noord- naar Zuidpool loopt. De aarde draait in 24 uur om haar as.
- pooldag
- periode in het jaar waarin de zon voor een langere periode niet onder de horizon komt
- poolnacht
- periode in het jaar waarin de zon voor een langere periode niet boven de horizon komt
- frontale regen
- warme lucht van lage breedte en koude lucht vanuit de poolgebieden botsen. De warme lucht wordt gedwongen op te stijgen waarna regen ontstaat.
- gletsjers
- grote ijspakketten in de bergen, die ontstaan door ophoping van sneeuw
- korte waterkringloop
- het proces waarbij zeewater na verdamping uit zee via wolken in zee terugvalt
- lange waterkringloop
- het proces waarbij zeewater na verdamping uit zee via wolken, neerslag, grondwater en rivieren weer terugstroomt naar zee
- lijzijde
- zijde van de berg waar bijna geen regen valt
- loefzijde
- zijde van de berg waar veel regen valt
- regenschaduw
- kant van gebergte waar het weinig regent
- stijgingsregen
- regen die ontstaat als het heel warm is en er veel water verdampt en opstijgt
- stuivingsregen
- regen die ontstaat wanneer lucht tegen de bergen aanwaait en opstijgt
- waterdamp
- onzichtbaar gas dat ontstaat als water verdampt
- aanlandige wind
- wind die vanaf de zee naar het land waait
- aflandige wind
- wind die vanaf het land naar de zee waait
- continentale lucht
- droge lucht afkomstig van land
- golfstroom
- een zeestroom die vanaf de evenaar naar de polen stroomt of vanaf de polen richting de evenaar
- maritieme lucht
- vochtige lucht afkomstig van zee
- polaire lucht
- koude lucht afkomstig van hogere breedte
- tropische lucht
- warme, vochtige lucht afkomstig uit het zuiden
- broeikaseffect
- een belangrijk deel van de warmte die de aarde uitstraalt wordt door gassen zoals CO2 in de atmosfeer vastgehouden
- ijstijd
- periode in de geschiedenis van de aarde waarin de aangroei van landijs en het smelten van landijs met elkaar in balans is
- versterkt broeikaseffect
- het broeikaseffect werkt sterker doordat de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer stijgt
- depressie
- een lagedrukgebied
- front
- een overgangsgebied tussen warme en koude lucht
- lagedrukgebied
- een gebied aan het aardoppervlak met weinig luchtdeeltjes dat ontstaat doordat lucht opstijgt
- luchtdruk
- aantal luchtdeeltjes op een bepaalde plaats
- straalstroom
- een harde wind op 10 km hoogte die in oostelijke richting waait