Begrippen H5 - Verzorgingstaat
Publiek
2keer geoefend
Woorden in deze lijst (48)
Origineel
- Verzorgingsstaat
- Een staat waarin de overheid zich actief bemoeit met de welvaart en het welzijn van haar inwoners.
- Welvaart
- De mate waarin mensen over voldoende middelen beschikken om hun behoeften te vervullen.
- Welzijn
- De mate waarin mensen tevreden zijn over hun lichamelijke en geestelijke gezondheid.
- Solidariteit
- De bereidheid van een groep of samenleving om risico's met elkaar te delen.
- Collectief belang
- Gemeenschappelijk belang
- Sociale grondrechten
- Grondrechten ter bevordering van het welzijn waarvoor een actief optreden van de overheid vereist is.
- Maatschappelijk middenveld
- Organisaties die tussen de overheid en de individuele burger in staan en die verschillende groepen vertegenwoordigen.
- Particulier initiatief
- Organisaties die opgezet worden door burgers.
- Sociale partners
- De werknemers- en werkgeversorganisaties.
- Collectieve arbeidsovereenkomst
- Een overeenkomst tussen werkgevers en werknemers uit een bedrijfstak over de arbeidsvoorwaarden.
- Poldermodel
- Nederlandse democratische cultuur waarbij overheid, vakbonden en werkgevers bereid zijn compromissen te sluiten en met elkaar te overleggen.
- Liberale verzorgingsstaat
- Systeem met beperkte rol van de overheid, relatief weinig sociale voorzieningen, lage belastingen en premies en nadruk op vrijheid en eigen verantwoordelijkheid.
- Sociaaldemocratische verzorgingsstaat
- Systeem met actieve rol van de overheid, relatief veel sociale voorzieningen, hoge belastingen en premies en nadruk op gelijkheid.
- Corporatistische verzorgingsstaat
- Systeem met aanvullende rol van de overheid, relatief veel invloed van het maatschappelijke middenveld en nadruk op samenwerking en het gezin.
- Nachtwakersstaat
- Een staat waarin de overheid zich voornamelijk inzet voor de veiligheid van de burgers.
- Vakbonden
- Organisaties die de gezamenlijke en individuele belangen van werknemers behartigen.
- Vergrijzing
- Ontwikkeling waarbij het aandeel ouderen in de totale bevolking toeneemt.
- Ontgroening
- Ontwikkeling waarbij het aandeel jongeren in de totale bevolking afneemt.
- Participatiesamenleving
- Een samenleving waarin mensen meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven en omgeving.
- Mantelzorg
- De hulp die vanuit de directe omgeving door familie, buren en vrienden aan iemand wordt gegeven die dat nodig heeft.
- Leerplicht
- Verplichting voor iedereen tussen de vijf en zestien jaar en jongeren onder de achttien jaar zonder startkwalificatie om onderwijs te volgen.
- Meritocratisch ideaal
- Een samenleving waarbij inzet en talenten bepalend zijn voor de maatschappelijke positie.
- Maatschappelijke positie
- De sociaal-economische status die iemand heeft op grond van beroep, inkomen, vermogen en genoten opleiding.
- Sociaal kapitaal
- Het netwerk en de relaties die iemand heeft en die zijn maatschappelijke kansen vergroten.
- Cultureel kapitaal
- Het hebben van culturele competenties, waaronder kennis, houdingen, opvattingen en smaak, die kenmerkend zijn voor hoge sociale posities.
- Privileges
- Voorrechten die de kansen op een goede maatschappelijke positie vergroten.
- Sociale ongelijkheid
- Ongelijke verdeling in de maatschappij van kennis, financiële middelen en (politieke) macht.
- Sociaal grondrecht
- Een grondrecht ter bevordering van het welzijn waar een actief optreden van de overheid vereist is
- Solidariteitsprincipe
- Het uitgangspunt dat in een groep of samenleving risico's met elkaar gedeeld worden.
- Zorgverzekeraars
- Organisaties die in opdracht van de overheid op de vrije markt zorgverzekeringen aanbieden en prijsafspraken met zorgaanbieders maken.
- Gereguleerde marktwerking
- Systeem waarbij er geen vrijemarktwerking is, maar waarbij de overheid allerlei aanvullende regels heeft opgesteld.
- Zorgverzekering
- Verplichte verzekering die de meeste zorgkosten vergoedt.
- Socialezekerheidsstelsel
- Alle regelingen die mensen verzekeren van een inkomen bij werkloosheid, ziekte, ouderdom en arbeidsongeschiktheid.
- Sociale verzekeringen
- Verplichte verzekeringen voor alle inwoners in Nederland waar iedereen met een inkomen aan meebetaalt via premies.
- Werknemersverzekeringen
- Sociale verzekeringen voor werknemers, waarvan de premie gezamenlijk door werkgevers en werknemers betaald wordt.
- Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
- Wet die regelt dat langdurig zieke werknemers een inkomen krijgen.
- Werkloosheidswet (WW)
- Wet die regelt dat werknemers een inkomen krijgen als zij onvrijwillig werkloos worden
- Volksverzekeringen
- Sociale verzekeringen die gelden voor iedere Nederlander en die worden betaald door iedereen in Nederland die een inkomen heeft.
- AOW-uitkering
- Het inkomen dat elke Nederlander krijgt vanaf de pensioengerechtigde leeftijd.
- Sociale voorzieningen
- Uitkeringen of toeslagen die een bestaansminimum bieden aan mensen die anders geen inkomen zouden hebben.
- Algemene bijstand
- Minimumuitkering voor iedereen die ouder is dan achttien jaar en niet zelfstandig in zijn eigen bestaan kan voorzien.
- Sociaal minimum
- Het bedrag dat mensen minimaal nodig hebben om in hun levensonderhoud te voorzien.
- Flexibilisering
- Toename van het aantal flexwerkers die werken op basis van tijdelijke contracten of op afroep.
- Armoedeval
- Het verschijnsel dat mensen die vanuit een uitkering gaan werken er financieel op achteruitgaan doordat ze toeslagen en belastingvoordelen kwijtraken.
- Arbeidsethos
- De waarde die mensen aan werk toekennen.
- Sociale mobiliteit
- Stijging of daling van de maatschappelijke positie.
- Positieve discriminatie
- Het bevoordelen van groepen met een achterstand op de arbeidsmarkt.
- Technologisering
- Het inzetten van steeds meer machines, robots en kunstmatige intelligentie in het productieproces.