Blauwe begrippen - Hoofdstuk 2 - Actieve aarde: exogene processen
Publiek
Woorden in deze lijst (35)
Origineel
- aardverschuiving
- Het van een helling glijden of rollen van een grote hoeveelheid gesteente of los materiaal.
- atmosfeer
- Het geheel aan gasvormige stoffen die het vaste en vloeibare deel van de aardkorst omringen.
- atmosferische circulatie
- De grootschalige verplaatsing van lucht in de atmosfeer.
- chemische verwering
- De afbraak en het uiteenvallen van gesteente waarbij de scheikundige samenstelling verandert.
- corioliseffect
- De afwijking van de windrichting die ontstaat door de draaiing van de aarde.
- delta
- Een kustvorm waarbij het rivierwater bij de monding zich over meerdere rivierarmen verdeelt en waarbij de rivier meer sediment afzet dan dat de zee afvoert.
- diepwaterpomp
- Het effect van het thermohaliene circulatiesysteem in de oceanen, waardoor koud en zout water afzinkt bij Groenland en Antarctica, via de diepte bij de tropische streken aan de oppervlakte komt, opwarmt, en in de Atlantische Oceaan weer naar het noorden wordt gezogen.
- erosie
- De schurende werking van met sediment beladen wind, ijs of water.
- estuarium
- Trechtervormige riviermonding waar zoet rivierwater en zout zeewater zich mengen.
- fysische verwering
- Zie mechanische verwering.
- geomorfologie
- De aardwetenschap die de terreinvormen en het landschap aan het aardoppervlak en de processen waardoor ze ontstaan, bestudeert.
- hogeluchtdrukgebied
- Gebied met een hogere luchtdruk aan het aardoppervlak dan in de omgeving. Heet ook maximum.
- hydrologische kringloop
- Proces waarbij water op aarde een nooit eindigende kringloop van verdamping, condensatie, neerslag en transport doorloopt.
- intertropische convergentiezone
- Zone met lage luchtdruk op en nabij de evenaar. De afkorting is ITCZ.
- ITCZ
- Zie intertropische convergentiezone.
- koude zeestroom
- Relatief koude waterstroming in oceanen en zeeën.
- lageluchtdrukgebied
- Gebied met een lagere luchtdruk aan het aardoppervlak dan in de omgeving. Heet ook minimum.
- massabeweging
- Verwering van materiaal dat onder invloed van zwaartekracht naar beneden valt, rolt of glijdt.
- mechanische verwering
- De afbraak en het uiteenvallen van vast gesteente waarbij de chemische samenstelling van het gesteente niet verandert. Heet ook fysische verwering.
- moesson
- Land- of zeewind die elk half jaar ongeveer 180° van richting verandert.
- mondiale windsystemen
- De verplaatsing van lucht aan het aardoppervlak als gevolg van de atmosferische circulatie.
- morene
- Materiaal dat door landijs of gletsjers is afgezet.
- oceanische circulatie
- De grootschalige verplaatsing van water in de oceanen (onder andere zeestromen).
- passaat
- Relatief droge wind die het hele jaar uit oostelijke richting van de subtropische hogeluchtdrukgebieden naar de evenaar waait.
- puinhelling
- Een steile puinmassa op de helling aan de onderzijde van een rotswand.
- puinwaaier
- Waaiervormig sedimentpakket dat zich opbouwt als een rivier vanuit een steil en smal dal op een vlakte terechtkomt.
- rivierstelsel
- De rivier met alle zijrivieren.
- sedimentatie
- Het afzetten van sediment door wind, ijs of water op het aardoppervlak.
- stralingsbalans
- De optelsom van de kortgolvige instraling (zonlicht) op aarde, de naar het heelal teruggekaatste straling en de langgolvige uitstraling (warmte) van de aarde. Heet ook energiebalans.
- stroomgebied
- Het gebied dat afwatert op een bepaalde rivier.
- thermohaliene circulatie
- De wereldwijde circulatie van oceaanwater, waarbij koud en zout water afzinkt bij Groenland en Antarctica, via de diepte bij de tropische streken aan de oppervlakte komt, opwarmt, en in de Atlantische Oceaan weer naar het noorden stroomt.
- transport
- Het meenemen van sediment door water, ijs of wind.
- verwering
- Het uiteenvallen en afbreken van gesteente onder invloed van verschillende processen.
- warme zeestroom
- Relatief warme waterstroming in oceanen en zeeën.
- wet van Buys Ballot
- Op het noordelijk halfrond krijgt de wind, als je met je rug naar het hogeluchtdrukgebied staat, een afwijking naar rechts en op het zuidelijk halfrond naar links.