DE WERELD VAN - Leeropdrachtenboek - 6V (1.2) - ZUID-AMERIKA
Publiek
Woorden in deze lijst (58)
Origineel
- Altiplano
- Grootste hoogvlakte in Zuid-Amerika, die zich uitstrekt van het noorden van Argentinië tot in Peru.
- andesiet
- Grijs-zwart uitvloeiingsgesteente met kleine en grote kristallen. Andesiet ontleent zijn naam aan de Andes, waar dit gesteente veel voorkomt.
- bergketen
- Langgerekt gebergte.
- buitenlandse investeringen/
foreign direct investments - Investeringen in een land door buitenlandse bedrijven en overheden.
- caatinga
- Natuurlijk landschap in het noordoosten van Brazilië waar vooral cactussen en doornstruiken groeien, maar dat ondanks het droge steppeklimaat een grote biodiversiteit heeft.
- cerrado
- Lokale naam voor savanne in Brazilië.
- cliëntelisme
- Het verschijnsel dat personen met een machtspositie diensten en financiële hulp verlenen aan kiezers, in ruil voor politieke steun.
- cordillera
- De keten(s) waaruit een gebergte bestaat, inclusief de dalen, bekkens en hoogvlakten die tijdens de gebergtevorming zijn ontstaan.
- de-agrarisatie
- Het afnemende belang van de landbouw in de economie van een gebied of land.
- delta
- Vertakte monding van een rivier, vaak in de vorm van een driehoek. Een delta ontstaat wanneer een rivier meer sediment aanvoert dan er door getijdenwerking afgevoerd wordt. De rivier vult dan zijn eigen bedding op met sedimenten en verlegt telkens zijn loop, waardoor de vertakkingen ontstaan.
- demografische druk
- Verhouding tussen de niet-werkende leeftijdsgroepen (0-20 jaar en 65-plussers) en de werkende leeftijdsgroep (20-65 jaar). Hoe groter het aantal niet-werkenden relatief is, hoe hoger de demografische druk.
- dictatuur
- Een vorm van bestuur waarbij de macht in handen is van één politieke partij of één persoon en waarbij andere partijen niet zijn toegestaan.
- El Niño
- Periodiek optredende stijging van de zeewatertemperatuur voor de kust van Peru, Chili en Ecuador, met abnormale neerslagpatronen tot gevolg.
- erts
- Gesteente dat een economisch winbare hoeveelheid mineralen bevat waaruit metalen gewonnen kunnen worden. 'Economisch winbaar' wil zeggen dat de opbrengst van de metalen groter is dan de kosten om ze te winnen.
- ertsvorming
- De manier waarop een erts ontstaat. Ertsen kunnen ontstaan als gevolg van sedimentatie, uitspoeling of afkoeling in magmakamers.
- estuarium
- Verbrede, vaak trechtervormige monding van een rivier, die ontstaat doordat de zee het sediment van de rivier afvoert en tijdens vloed de rivierbedding uitslijpt.
- etniciteit
- De sociaal-culturele identiteit van een bevolkingsgroep.
- etnische en culturele diversiteit
- Verscheidenheid aan etniciteiten en culturen in een gebied.
- exportvalorisatie
- Bewerking van grondstoffen en producten vóór de export, zodat de waarde ervan stijgt en de export meer winst oplevert.
- favela
- Zelfbouwrijk in Brazilië.
- foreign direct investments/
FDI's - Investeringen in een land door buitenlandse bedrijven en overheden.
- fossiele energiebron
- Brandstof van organische oorsprong, zoals aardolie, aardgas en steenkool.
- geografisch beeld
- Een zo feitelijk mogelijke beschrijving van een gebied, waarbij je kijkt naar de geografische kenmerken van dat gebied. Het gaat daarbij om kenmerken vanuit de natuurlijke, economische, demografische, sociaal-culturele en politieke dimensie, de verbanden tussen die kenmerken en de relaties die een gebied heeft met andere gebieden.
- gini-coëfficiënt
- Een getal tussen 0 en 1 dat de mate van inkomensongelijkheid in een land aangeeft. Hoe hoger het getal, hoe ongelijker het inkomen verdeeld is.
- good governance
- Letterlijk: goed bestuur. Good governance betekent onder meer dat een land democratisch bestuurd wordt, dat de zwakkeren beschermd worden en dat corruptie bestreden wordt.
- grondbezitverhouding
- Verdeling van het grondbezit over de bevolking binnen een gebied.
- handelsbalans
- Het verschil tussen de inkomsten uit export en de uitgaven aan import van een land.
- hoogtezone
- Aaneengesloten gebied van min of meer dezelfde hoogte ten opzichte van de zeespiegel.
- hoogvlakte
- Hooggelegen gebied (> 500 meter) met relatief weinig reliëf.
- import- en exportpakket
- Samenstelling van het totale pakket aan goederen en diensten dat een land invoert en uitvoert.
- importsubstitutie
- Het als land zelf gaan produceren van goederen die eerst werden ge ïmporteerd.
- industrialisatie
- Het toenemende belang van de industrie in de economie van een gebied of land.
- informal city
- Deel van de stad dat geen onderdeel uitmaakt van de geplande stedelijke ontwikkeling.
- informele sector
- Economische sector waarin mensen werk doen dat niet officieel, dus zonder contract, wordt uitgevoerd en waarover geen belasting wordt betaald.
- landgrabbing
- De aankoop of huur van grond door – meestal buitenlandse – overheden en multinationals om grootschalige commerciële landbouw te bedrijven. Landgrabbing gaat ten koste van de natuurlijke vegetatie, de bestaanszekerheid van kleine boeren die van hun land verdreven worden en van de voedselproductie voor de binnenlandse markt.
- llanos
- Lokale naam voor savanne in Colombia en Venezuela.
- lorenzcurve
- Grafiek die weergeeft in hoeverre het inkomen van een land gelijk verdeeld is over de bevolking.
- mangrove
- Bosgebied aan een tropische kust dat door de getijdewerking regelmatig overstroomt met zout water.
- mental map
- Een beeld van een gebied dat gebaseerd is op de – vrijwel altijd beperkte – kennis die je van dat gebied hebt en de manier waarop je de werkelijkheid waarneemt.
- mijnbouw
- De winning van delfstoffen in vaste vorm, zoals ertsen en steenkool, door middel van dagbouw of schachtbouw. Bij dagbouw wordt de delfstof aan het aardoppervlak afgegraven of met springstof opgeblazen, bij schachtbouw gebeurt dat ondergronds.
- neoliberalisme
- Beleid dat gekenmerkt wordt door vermindering van handelsbeperkingen, verkleining van de rol van de staat en vergroting van de marktwerking.
- oligarchie
- Bestuursvorm waarbij een kleine groep de macht heeft.
- pampa
- Vochtig grasland dat voorkomt in het zuidoosten van Zuid-Amerika, in het gebied waar een Cf-klimaat heerst.
- passaat
- Constant waaiende winden aan het aardoppervlak van het subtropisch hogedrukgebied rond de 30° breedte naar de Intertropische Convergentiezone (ITCZ) rond de evenaar.
- perceptie
- De manier waarop je de werkelijkheid waarneemt. Perceptie wordt beïnvloed door meningen en emoties, die vorm krijgen door persoonlijke ervaringen, de invloed van anderen, vooroordelen en informatie die je tot je neemt.
- politieke polarisatie
- Het bestaan van – meestal twee – politieke stromingen die sterk van elkaar afwijken en daardoor tegenover elkaar staan.
- populisme
- Manier van politiek bedrijven waarbij politici benadrukken dat ze willen opkomen voor het volk. Hierbij benadrukken ze de kloof tussen de massa en de elite.
- savanne
- Tropisch gebied waar grasland domineert, maar waar ook bomen en struiken voorkomen. De begroeiingsdichtheid is er veel lager dan in het tropisch regenwoud, doordat er een deel van het jaar geen neerslag valt.
- schild
- Groot plateau op een continent dat uit gesteenten bestaat die minstens een miljard jaar oud zijn en die als gevolg van erosie van jongere gesteentelagen aan het oppervlak zijn gekomen.
- selva
- Portugees voor tropisch regenwoud. Bosgebied in de tropen met een zeer hoge biodiversiteit en begroeiingsdichtheid.
- sociale mobiliteit
- De – meestal positieve – verandering van de sociaaleconomische positie van mensen.
- steppe
- Grasland met spaarzame vegetatie doordat er weinig neerslag valt.
- stereotiep beeld
- Een erg algemeen, eenzijdig beeld dat je van een gebied en zijn bewoners hebt.
- tertiarisering
- Het toenemende belang van de dienstensector in de economie van een gebied of land.
- trog
- Een langgerekte kloof in de oceaan, die ontstaat bij subductie en de grens vormt tussen de twee convergerende platen.
- tropisch regenwoud/
selva - Bosgebied in de tropen met een zeer hoge biodiversiteit en begroeiingsdichtheid.
- voorlandbekken
- Dalingsgebied dat tijdens de vorming van een gebergte ontstaat. Doordat de aardkorst onder een gebergte als gevolg van samendrukking dikker en dus zwaarder is, zakt de plaat ter plekke een stuk de mantel in. Achter het gebergte wordt daardoor ook een stuk aardkorst mee naar beneden getrokken, waardoor een voorlandbekken ontstaat.
- zelfbouwwijk
- Illegale wijk met veel zelfgebouwde woningen, waar mensen wonen die door geldgebrek of woningnood geen betere woning kunnen krijgen.