7.2 Praten over poëzie
Publiek
Woorden in deze lijst (51)
Origineel
- Alliteratie
- Beginrijm: twee of meer woorden beginnen met dezelfde medeklinker(s): kort-klein.
- Anafoor
- Stijlfiguur waarbij meerdere zinnen achter elkaar beginnen met dezelfde woorden.
- Analyse
- Systematische beschrijving van achtereenvolgens de vorm, het rijm, een eventuele vaste vorm, semantische velden, beeldspraak en stijlfiguren.
- Antithese
- Tegenstelling.
- Assonantie
- Klinkerrijm: twee of meer woorden hebben dezelfde door de klinker(s) aangeduide klank, bijvoorbeeld: jou-flauw.
- Beeld
- Zie: Beeldspraak.
- Beeldspraak
- Vorm van figuurlijk taalgebruik waarbij iets wordt vergeleken met iets anders.
- Beginrijm
- Zie: Alliteratie.
- Binnenrijm
- Twee of meer woorden binnen dezelfde versregel rijmen op elkaar.
- Distichon
- Zie: Strofe.
- Eindrijm
- Twee of meer woorden aan het eind van een versregel rijmen op elkaar.
- Enjambement
- Het afbreken van een zin op een grammaticaal onlogische plaats.
- Enumeratie
- (Lange) opsomming van meer dan drie begrippen.
- Figuurlijk taalgebruik
- Alle vormen van taalgebruik waarbij iets anders wordt bedoeld dan er letterlijk staat.
- Gekruist rijm
- Zie: Rijmschema.
- Gepaard rijm
- Zie: Rijmschema.
- Halfrijm
- Zie: Eindrijm.
- Interpreteren
- Het toekennen van betekenis aan een gedicht; uitleggen waarover een gedicht gaat.
- Klinkerrijm
- Zie: Assonantie.
- Kwatrijn
- Zie: Strofe.
- Kwintet
- Zie: Strofe.
- Metafoor
- Zie: Beeldspraak.
- Metonymia
- Zie: Beeldspraak.
- Middenrijm
- Rijm in het midden van twee of meer versregels.
- Object
- Zie: Beeldspraak.
- Octaaf
- Zie: Strofe.
- Omarmend rijm
- Zie: Rijmschema.
- Paradox
- Schijnbare tegenstelling.
- Parafraseren
- Navertellen in je eigen woorden.
- Personificatie
- Zie: Beeldspraak.
- Poëzie
- Verzamelnaam voor gedichten, waartoe je ook liedteksten kunt rekenen.
- Pointe
- Zie: Sonnet.
- Regel
- Zie: Regels en zinnen.
- Regels en zinnen
- Zinnen beginnen met een hoofdletter en eindigen met een punt; regels bestaan uit alle woorden die op één regel staan.
- Repetitio
- Herhaling.
- Rijmschema
- Schematische weergave van het eindrijm van een gedicht.
- Semantisch veld
- Begrippen die op grond van hun betekenis of associatie met elkaar verbonden zijn.
- Septet
- Zie: Strofe.
- Sextet
- Zie: Strofe.
- Slagrijm
- Zie: Rijmschema.
- Sonnet
- Dichtvorm van gedichten die bestaan uit veertien regels die meestal verdeeld zijn over vier strofen.
- Stijlfiguur
- Vorm van taalgebruik die de aandacht vestigt op bepaalde aspecten van de inhoud van een tekst.
- Strofe
- Een strofe is opgebouwd uit een aantal regels en wordt door witregels gescheiden van andere strofen.
- Terzine
- Zie: Strofe.
- Typografie
- Vormgeving van een tekst, zoals afmeting en kleur van de letters, de verdeling over de pagina en het wit om de tekst.
- Vaste vorm
- Gedichten met een vaste vorm hebben bepaalde vaststaande vormkenmerken.
- Vergelijking
- Zie: Beeldspraak.
- Verspringend rijm
- Zie: Rijmschema.
- Volrijm
- Zie: Eindrijm.
- Wending
- Zie: Sonnet.
- Zin
- Zie: Regels en zinnen.