Wörterliste B Deutsch - Niederländisch
Publiek
Woorden in deze lijst (24)
Origineel
- der Anfänger
- de beginner
- der Turnbeutel
- de sporttas
- die Mitgliedschaft
- het lidmaatschap
- das Mitglied
- het lid
- das Trikot
- het shirt (van een bepaalde sportvereniging)
- die Sportschuhe
- de sportschoenen
- am Wochenende
- in het weekeinde
- an Werktagen
- doordeweeks
- einmal am Tag
- één keer per dag
- fallen
- vallen
- froh sein
- blij zijn
- gestern
- gisteren
- gut - besser - am besten
- goed - beter - het best
- heute
- vandaag
- jede Woche
- elke week
- laufen /
rennen - lopen/
rennen - letztes Jahr
- afgelopen jaar
- meistens
- meestal
- morgen
- morgen
- nächsten Monat
- volgende maand
- seit
- sinds
- selten
- zelden
- sportlich
- sportief
- vergesslich
- vergeetachtig