Lire
Publiek
Woorden in deze lijst (25)
Origineel
- l'endroit m
- de plek
- l'eau v
- het water
- la mer
- de zee
- la piscine
- het zwembad
- voici
- hier is/
zijn - faire du camping
- kamperen
- l'excursion v
- de excursie
- le séjour
- het verblijf
- l'activité v
- de activiteit
- la semaine
- de week
- sur
- op
- aussi
- ook
- découvrir
- ontdekken
- visiter
- bezoeken
- proposer
- (iets) voorstellen
- la montagne
- de berg
- le château
- het kasteel
- l'escalade v
- het klimmen
- faire les magasins
- winkelen
- la soirée
- de avond
- Vous avez fait du camping?
- Hebben jullie gekampeerd?
- Non, on a été à l'hôtel.
- Nee, we zijn in een hotel geweest.
- On a loué un appartement.
- We hebben een appartement gehuurd.
- C'était comment?
- Hoe was het?
- C'était génial!
- Het was geweldig!