Zenuwcellen en zenuwen
Publiek
Woorden in deze lijst (13)
Origineel
- Zenuwcellen
- Cellen waardoor impulsen zich verplaatsen door het zenuwstelsel.
- Impulsen
- Signalen die zich met hoge snelheid door het zenuwstelsel verplaatsen.
- Cellichaam
- Het deel van een zenuwcel waarin de celkern ligt.
- Uitlopers
- Onderdelen van een zenuwcel waarlangs impulsen zich verplaatsen.
- Gevoelszenuwcellen
- Zenuwcellen die impulsen geleiden van zintuigen naar het centrale zenuwstelsel.
- Bewegingszenuwcellen
- Zenuwcellen die impulsen geleiden van het centrale zenuwstelsel naar spieren of klieren.
- Schakelcellen
- Zenuwcellen die impulsen geleiden binnen het centrale zenuwstelsel en zenuwcellen met elkaar verbinden.
- Zenuw
- Een bundel uitlopers van zenuwcellen bij elkaar.
- Isolerend laagje
- Een dun laagje rondom elke uitloper in een zenuw dat voorkomt dat impulsen overspringen.
- Bindweefsel
- Een stevige laag rondom een zenuw die de zenuw beschermt.
- Gevoelszenuw
- Een zenuw die alleen uitlopers van gevoelszenuwcellen bevat.
- Bewegingszenuw
- Een zenuw die alleen uitlopers van bewegingszenuwcellen bevat.
- Gemengde zenuw
- Een zenuw die uitlopers van gevoelszenuwcellen en van bewegingszenuwcellen bevat.