Overzicht begrippen stoffen en reacties
Publiek
Woorden in deze lijst (12)
Origineel
- Atoombinding
- Een binding tussen twee atomen van een niet-metaal heet een atoombinding of covalente binding en bestaat uit een gemeenschappelijk elektronenpaar. Beide atomen leveren elk één elektron per binding.
- Covalentie
- Het aantal bindingen dat een atoom kan vormen. Atomen van niet-metalen uit dezelfde groep van het periodiek systeem hebben dezelfde covalenties. De covalentie is gelijk aan het aantal elektronen dat het atoom in zijn buitenste schil nodig heeft om dezelfde elektronenverdeling te krijgen als een edelgas.
- Kristalrooster
- Als de bouwstenen van een stof in een regelmatig patroon zijn gestapeld vormen ze een kristalrooster.
- Legering
- Een mengsel van metalen. In het metaalrooster zijn de atomen van een ander metaal ingebouwd. De eigenschappen van het metaal veranderen daardoor. Er kunnen ook atomen van een niet-metaal worden ingebouwd.
- Metalen
- Stoffen die zowel in de vaste als in de vloeibare fase stroom geleiden. Metalen vormen een metaalrooster, dat bestaat uit positieve ionen en vrije elektronen. De vrije elektronen en de metaalionen zorgen voor de geleiding van de elektrische stroom. De binding tussen de metaalatomen is de metaalbinding.
- Moleculaire stoffen
- Stoffen die de elektrische stroom nooit geleiden; de ongeladen moleculen bestaan uit atomen van uitsluitend niet-metalen, ze vormen molecuulroosters. De binding tussen de atomen in de moleculen is de atoombinding.
- Molverhouding of stoichiometrische verhouding
- De coëfficiënten uit een reactievergelijking geven niet alleen de getalsverhouding weer waarin de deeltjes reageren en ontstaan, maar ook de molverhouding waarin de stoffen reageren en ontstaan.
- Overmaat
- Van één van de beginstoffen is meer aanwezig dan voor de reactie noodzakelijk is.
- Rendement
- Het percentage van de theoretische opbrengst dat ook werkelijk bij een chemisch proces ontstaat.
- Structuurformule
- De structuurformule van een molecuul geeft aan welke atomen in een molecuul van die stof aanwezig zijn en hoe ze met elkaar zijn verbonden.
- Systematische naam
- Elke moleculaire stof heeft een systematische naam die je afleidt uit de molecuulformule. De indexen van elke atoomsoort vertaal je in voorvoegsels die je vóór de naam van de atoomsoort zet. Sommige stoffen hebben ook nog een andere naam die vaak wordt gebruikt, dat is de triviale naam.
- Zouten
- Stoffen die alleen in de vloeibare fase stroom geleiden. Ze zijn opgebouwd uit positieve en negatieve ionen die een ionrooster vormen. In de formule van een zout komen zowel metaal als niet-metaalatomen voor. De binding tussen de positieve en negatieve ionen is de ionbinding.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–