Module 2: Vraag en aanbod - 4/5/6 VWO - hoofdstuk 2
Publiek
Woorden in deze lijst (31)
Origineel
- Aanbodlijn
- lijn die bij verschillende prijzen aangeeft hoeveel een groep producenten gezamenlijk produceert
- Arbeid
- Productiefactor: het menselijk handelen tijdens de productie
- Break-evenpunt
- productieomvang waarbij de totale opbrengst gelijk is aan de totale kosten
- Collectieve aanbodlijn
- lijn die aangeeft hoeveel er in totaal wordt aangeboden bij een gegeven prijs
- Degressief variabele kosten
- situatie waarbij de GVK dalen bij een grotere productieomvang
- Gemiddelde opbrengst
- opbrengst per geproduceerde eenheid
- Gemiddelde totale kosten
- kosten per geproduceerde eenheid
- Gemiddelde variabele kosten
- variabele kosten per geproduceerde eenheid
- Individuele aanbodlijn
- lijn die aangeeft hoeveel er door een individuele producent wordt aangeboden bij een gegeven prijs
- Kapitaal
- productiefactor
- Locatie
- plaats waar wordt geproduceerd
- Loon
- prijs van aanbod
- Marginale kosten
- toename van de totale kosten als gevolg van de productie van een extra eenheid product
- Marginale opbrengst
- opbrengst van de laatst verkochte eenheid
- Natuur
- productiefactor: grondstoffen en locatie van productie
- Ondernemerschap
- productiefactor: initiatief om tot productie te komen
- Producentensurplus
- optelsom van het verschil voor ieder stuk tussen wat een producent minimaal moet krijgen en de prijs
- Produceren
- transformatie van productiefactoren naar producten en/
of diensten - Productiefactor
- middel dat gebruikt wordt bij het productieproces
- Productiefunctie
- relatie tussen de ingezette productiefactoren en de daarmee gerealiseerde productie
- Productiekosten
- kosten die gemaakt worden om een bepaalde hoeveelheid te produceren
- Progressief variabele kosten
- situatie waarbij de GVK stijgen bij een grotere productieomvang
- Proportioneel variabele kosten
- situatie waarbij de GVK hetzelfde zijn bij iedere productieomvang
- Totale kosten
- som van vaste kosten en variabele kosten
- Totale opbrengst
- prijs van het product vermenigvuldigd met het aantal verkochte eenheden
- Variabele kosten
- kosten die variëren met de productieomvang
- Vaste kosten
- kosten die niet variëren met de productieomvang
- Voltijdsbaan
- werkverband van minimaal 35 uur per week
- Werkgelegenheid
- het totaal aan arbeid dat verricht wordt
- Werkzame beroepsbevolking
- alle ingezetenen van 15 tot 75 jaar die betaalde arbeid verrichten
- Winst
- verschil tussen totale opbrengsten en totale kosten