2.1 Organisaties
Publiek
Woorden in deze lijst (31)
Origineel
- Autoritair leiderschap
- Leiderschapsstijl waarbij de leidinggevende precies vertelt wat en hoe iets moet gebeuren.
- Coachend leiderschap
- Leiderschapsstijl waarbij de leidinggevende zich richt op de sterke punten en de ontwikkelpunten van medewerkers.
- Contingentiebenadering
- Er bestaat niet één beste oplossing voor bedrijfskundige uitdagingen; succes is afhankelijk van hoe goed de organisatie weet in te spelen op interne én externe omstandigheden.
- Controleren
- Nagaan of taken goed worden uitgevoerd.
- Delegeren
- Het overdragen van de leiding over een bepaalde taak.
- Democratisch leiderschap
- Leiderschapsstijl waarbij met input en feedback van medewerkers door het team gezamenlijk besluiten worden genomen.
- General management theory
- Organisatietheorie die zich richt op hoe de organisatie als geheel bestuurd dient te worden.
- Humanrelations-beweging
- Organisatietheorie die zich richt op de menselijke kant van arbeid, met de nadruk op menselijk gedrag, motivatie en groepsdynamica.
- Laissez-faire
- Leiderschapsstijl waarbij de leidinggevende het werk aan het team toevertrouwt en delegeert en er weinig toezicht is.
- Leiderschapsstijl
- De manier waarop leiding wordt gegeven.
- Leidinggeven
- Zorgen dat de visie van de organisatie wordt vertaald naar concrete doelstellingen en medewerkers begeleiden bij het uitvoeren van hun werk.
- Lijnorganisatie
- Een organisatie waarbij iedere afdeling één leidinggevende heeft die verantwoording aflegt aan iemand hoger in de organisatie.
- Lijn-staforganisatie
- Een organisatie met een extra afdeling die specialistisch werk verricht en andere afdelingen ondersteunt.
- Manager
- Persoon die leidinggeeft aan een afdeling en verantwoordelijk is voor hoe het op de afdeling gaat.
- Matrixorganisatie
- Een organisatie waarin het werken in projecten de basis is.
- Missie
- Hoe de organisatie de visie wil bereiken.
- Omspanningsvermogen
- Het aantal mensen aan wie iemand leiding kan geven.
- Operationele doelen
- De concrete doelen die het bedrijf binnen een jaar wil bereiken.
- Organisatie
- Een samenwerkingsverband van meerdere personen die een bepaald doel nastreven.
- Organiseren
- Zorgen dat de omstandigheden in de organisatie zo zijn dat medewerkers hun werk kunnen doen.
- Organogram
- Een overzicht waarin staat welke functies en afdelingen er in een organisatie zijn.
- Participerend leiderschap
- Leiderschapsstijl waarbij de leidinggevende actief samenwerkt met medewerkers en vraagt om input, maar uiteindelijk wel zelf de besluiten neemt.
- Plannen
- Het werk dat de komende tijd gedaan moet worden, verdelen onder de beschikbare medewerkers.
- Projectorganisatie
- Een organisatie binnen een organisatie, waar medewerkers uit verschillende afdelingen tijdelijk samenwerken, naast hun normale werk.
- Revisionisme
- Organisatietheorie waarin de technische en menselijke benadering bij elkaar is gebracht in een linkingpin-structuur van organisaties, en het zowel gaat om efficiëntie als om communicatie.
- Scientific management
- Organisatietheorie die zich focust op structuur, taakverdeling en hiërarchie, en technische oplossingen voor het verhogen van de productiviteit.
- Situationeel leiderschap
- Een vorm van leiderschap waarbij de leidinggevende een leiderschapsstijl aanneemt die het best past bij de situatie.
- Spanwijdte
- Het aantal mensen waaraan iemand daadwerkelijk leiding moet geven.
- Strategische doelen
- Doelen op hoofdlijnen (de stip aan de horizon) die het bedrijf over een periode van drie tot vijf jaar wil bereiken.
- Tactische doelen
- Concretere uitwerking van de strategische doelen over een periode van één tot drie jaar.
- Visie
- De toekomstdroom van de organisatie; datgene wat de organisatie wil bereiken in de toekomst.