woordjes Nederlands leesvaardigheid 3.5

Publiek
0
Woorden in deze lijst (25)
Origineel
- de aangifte
- de officiƫle melding van iets, bijvoorbeeld bij de politie of de belasting
- de aard
- het karakter, het wezen
- de allochtoon
- de persoon die uit het buitenland komt, of van wie de ouders uit het buitenland komen
- baseren op
- steunen op, als basis hebben, uitgaan van
- bevestigend antwoorden
- ja zeggen, zeggen dat je het ergens mee eens bent
- op begrip rekenen
- erop vertrouwen dat mensen het met je eens zijn of je begrijpen en accepteren
- compact
- weinig ruimte nodig hebbend
- confronteren met
- iemand iets laten weten of zien dat hij liever niet weet of ziet
- de cultuur
- 1 de leefstijl van een samenleving; het geheel aan regels en gebruiken;
- het detail
- klein onderdeel, bijzonderheid
- de etiquette
- de regels voor wat beleefd is en wat niet
- huidig
- van dit moment, van nu
- lokaal, het lokaal
- 1 bn: plaatselijk, uit die plaats
- de observatie
- waarneming
- onder toeziend oog van
- terwijl toegekeken wordt door
- de ontheffing
- toestemming om een bepaalde regel of wet niet te volgen, vrijstelling
- in de praktijk
- in werkelijkheid, in het echt
- recent
- kortgeleden, onlangs
- de richtlijn
- voorschrift, instructie om duidelijk te maken hoe je iets moet doen en wat wel en niet mag
- geen strobreed in de weg leggen
- op geen enkele manier tegenwerken
- de traditie
- oude gebruiken en gewoonten van een groep
- verlenen
- geven
- weten hoe de vork in de steel zit
- weten hoe het precies zit of gegaan is
- iemand de wet voorschrijven
- iemand zeggen wat hij moet doen
- wijdverbreid
- bij een grote groep mensen voorkomend