Genregulatie
Publiek
Woorden in deze lijst (17)
Origineel
- Genregulatie
- Het aan- en uitzetten van genen.
- Genexpressie
- Het proces waarbij de informatie van een gen door transcriptie en translatie wordt omgezet in een eiwit.
- Regulatorgenen
- Genen die coderen voor eiwitten die een rol spelen bij de genregulatie.
- Transcriptiefactor
- Een eiwit dat de transcriptie van een gen reguleert.
- Structuurgenen
- Genen bij prokaryoten die de informatie bevatten voor het vormen van een RNA of eiwit.
- Operon
- Een rij van opeenvolgende genen met een gezamenlijke promotor bij prokaryoten.
- Repressors
- Regulerende eiwitten die de genexpressie afremmen of geheel stopzetten.
- Operator
- Een deel van het DNA tussen de promotor en de structuurgenen waar een repressor aan kan binden.
- Stamcellen
- Cellen die nog niet (volledig) zijn gespecialiseerd en zich onbeperkt kunnen delen.
- Celdifferentiatie
- De vorming van gespecialiseerde cellen uit ongespecialiseerde stamcellen.
- Apoptose
- Geprogrammeerde celdood.
- Activators
- Transcriptiefactoren die de genexpressie verhogen.
- Enhancers
- Speciale DNA-sequenties bij eukaryoten waaraan activators binden om de transcriptie te starten.
- Micro-RNA (miRNA)
- Een kort type RNA dat de expressie van genen remt door het afbreken of blokkeren van mRNA-moleculen.
- RNA-interferentie (RNAi)
- Het proces waarbij micro-RNA de translatie van mRNA voorkomt door dit te blokkeren of af te breken.
- Methylering
- Vorm van genregulatie waarbij methylgroepen aan de stikstofbasen in het DNA binden, waardoor het niet meer kan worden afgelezen.
- Epigenetica
- De wetenschap die omkeerbare veranderingen in de activiteit van genen bestudeert die niet het gevolg zijn van veranderingen in de nucleotidevolgorde.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–