pag 130 zinnen C en G Frans Nederlands

Publiek
0keer geoefend
Woorden in deze lijst (17)
Origineel
- On va en ville, ce weekend?
- Gaan we dit weekend naar de stad
- Oui, je veux acheter un jean
- Ja, ik wil een spijkerbroek kopen
- Comment tu trouves ce jean?
- Hoe vind je deze spijkerbroek?
- Pas mal
- Niet slecht
- Il est beau
- Hij is mooi
- Il coute combien?
- Hoeveel kost het?
- trente euros
- dertig euro
- Tu fais quelle taille?
- Welke maat heb je?
- Du M
- M
- Qu'est-ce que tu veux acheter?
- Wat wil je kopen?
- Je veux acheter un cadeau pour Lucas.
- Ik wil een cadeau voor Lucas kopen?
- Qu'est-ce qu'il aime?
- Waar houdt hij van?
- Il aime le sport et les jeux vidéos
- Hij houdt van sport en games
- Qu'est-ce qu'il aime porter?
- Wat vindt hij leuk om te dragen?
- Il aime porter un jean, des baskets et une casquette.
- Hij draagt graag een spijkerbroek, sportschoenen en een pet
- On va au magasin de vêtements?
- Gaan we naar de kledingwinkel?
- D'accord. On y va!
- Oké. Laten we gaan!