hoofdstuk 9 (SE 2)
Publiek
3keer geoefend
Woorden in deze lijst (44)
Origineel
- stofwisseling
- metabolisme, er worden stoffen opgenomen en omgezet tot nieuwe stoffen
- chemische energie
- de energie is in de atoombindingen opgeslagen. er is activeringsenergie voor nodig
- assimilatie
- de bouw van organische (grote) moleculen uit kleine moleculen.
- dissimilatie
- afbraak van grote organische moleculen tot kleine moleculen
- kinetische energie
- bewegingsenergie
- heterotroof
- organisme krijgt energie uit de opname van organische stoffen
- autotroof
- anorganische stoffen omzetten in organische stoffen
- koolstofassimilatie
- glucose vormen uit co2 en h2o
- voortgezette assimilatie
- er ontstaan grote organische moleculen met energierijke bindingen
- enzymen
- eiwitten die chemische processen kunnen katalyseren zonder zelf te worden gebruikt
- katalyseren
- mogelijk maken of versnellen
- substraat
- de stof waarop een enzym inwerkt
- enzymwerking
- substraatspecifiek, het enzym kan maar op 1 type substraat
- enzym-substraatcomplex
- het substraatmolecuul past precies in het actieve centrum waar de reactie plaatsvindt
- optimumkromme
- bij het optimum is de meeste activiteit
- denaturatie
- enzymmoleculen verliezen hun specifieke ruimtelijke structuur
- pH
- zuurgraad
- chlorofyl
- bladgroen
- fotosynthese
- 6 CO2 + 6 H2O --> C6H12O6 + 6 O2
- chloroplasten
- bladgroenkorrels
- lichtreactie
- hiervoor is licht nodig, vindt plaats op de membranen van de thylakoiden
- donkerreactie
- geen licht voor nodig, vindt plaats in het stroma van de chloroplast
- chemosynthese
- organismen die energie gebruiken die beschikbaar komt bij oxidatie (onttrekking van elektronen) van anorganische stoffen
- koolhydraten
- functie: bouwstof, brandstof en reservestof
- monosachariden
- 5/
6 C atomen - disachariden
- 2 monosachariden
- polysachariden
- keten van veel monosachariden
- eiwitten
- polymeren van aminozuren
- essentiele aminozuren
- aminozuren die je niet zelf kunt maken
- niet essentiele aminozuren
- kunnen zelf aangemaakt worden
- primaire structuur
- volgorde van aminozuren
- secundaire structuur
- spiraalvorming, alfa of beta sheet, met H bruggen
- tertiaire structuur
- H bruggen en S bruggen
- quaternaire structuur
- meerdere polypeptideketens
- vetten
- functie: bouwstof membranen, brandstof en reservestof
- glycerol
- 3 C atomen met OH
- vetzuren
- lange ketens van CH2 groepen en een COOH
- fosfolipiden
- hydrofiele kop en hydrofobe staart
- tussencelstof
- zit tussen cellen in, dient ter versteviging, de cellen liggen niet direct tegen elkaar
- aerobe dissimilatie/
verbranding - dissimilatie van glucose met zuurstof
- glycolyse
- glucosemolecuul wordt 2 pyrodruivenzuur
- citroencyclus
- citroenzuurmoleculen worden CO2 moleculen en energierijke elektronen
- oxidatieve fosforylering
- wordt atp gevormd
- anaerobe dissimilatie/
gisting - omzetting van glucose zonder energie te gebruiken