Begrippen H8 - chemie overal 4vmbo
Publiek
Woorden in deze lijst (22)
Origineel
- bezinken
- Scheidingsmethode voor suspensies, waarbij vaste stoffen door hun grotere dichtheid naar de bodem zakken.
- concentratie
- Hoeveelheid opgeloste stof in een vloeistof in g/
L. - dichtheid
- Stofeigenschap; geeft aan hoeveel massa 1 cm³ van een stof heeft.
- emulgator
- Stof die ervoor zorgt dat hydrofiele en hydrofobe stoffen met elkaar mengen.
- emulsie
- Mengsel van een hydrofiele en een hydrofobe stof.
- filtreren
- Scheidingsmethode voor suspensies, waarbij de vaste stoffen op het filter blijven, omdat de deeltjes te groot zijn voor de gaatjes in het filter.
- grondwater
- Regenwater dat in de bodem is gezakt.
- hard water
- Water met veel opgeloste calciumdeeltjes.
- hydrofiel
- Eigenschap van een stof die goed met water mengt.
- hydrofoob
- Eigenschap van een stof die niet met water mengt.
- koelmiddel
- Vloeistof die voorkomt dat een apparaat of voorwerp oververhit raakt.
- kookpunt
- Temperatuur waarbij een vloeistof kookt.
- oplosbaarheid
- Hoeveelheid stof die maximaal oplost in een liter vloeistof, in g/
L. - oplosbare stof
- Stof die goed in een vloeistof oplost.
- oplosmiddel
- Vloeistof waarin een andere stof oplost.
- oplossing
- Mengsel van een vloeistof en een opgeloste stof.
- oppervlaktewater
- Water dat in de vloeibare fase aan de oppervlakte van de aarde zit, bijvoorbeeld in sloten, plassen, meren, kanalen, rivieren, zeeën en oceanen.
- regenwater
- Natuurlijke neerslag van water.
- smeltpunt
- Temperatuur waarbij een vaste stof smelt.
- suspensie
- Mengsel van een vloeistof en een niet opgeloste vaste stof.
- transportmiddel
- Stof die wordt gebruikt om iets te vervoeren of te verplaatsen.
- verzadigd
- De maximale oplosbaarheid van een stof is bereikt.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–