Hoofdstuk 3: Stoffen
Publiek
Woorden in deze lijst (34)
Origineel
- Celsiustemperatuur
- De temperatuurschaal die is gebaseerd op het smeltpunt en kookpunt van water
- Condenseren
- Faseovergang van gas naar vloeistof
- Dichtheid
- De massa van één kubieke centimeter (1 cm³) van een stof
- Dosis
- De hoeveelheid van een stof die je binnenkrijgt
- Fase
- De toestand waarin een stof kan voorkomen:vaste stof/
vloeistof en gas - Faseovergang
- De overgang van de ene fase naar de andere
- Filtraat
- De vloeistof die door een filter is gelopen
- Filteren
- Een scheidingsmethode om met een filter een suspensie te scheiden
- Gas
- Een stof zonder eigen vorm en eigen volume, bijvoorbeeld lucht
- Giftig
- Een stof is schadelijk voor je gezondheid
- Indampen
- Een scheidingsmethode om een vaste stof uit een oplossing te halen
- Kookpunt
- De temperatuur waarbij de vloeistof verdampt met dampbellen in de vloeistof
- Mengsel
- Twee of meer stoffen door elkaar een stof die uit meer soorten moleculen bestaat
- Moleculen
- De zeer kleine deeltjes waaruit een stof bestaat
- Oplossing
- Een helder mengsel van een stof en een vloeistof
- Recyclen
- Hergebruik van afval
- Resid u
- De stof die bij filtreren of indampen in het filter of schaaltje achterblijft
- Smelten
- Faseovergang van vaste stof naar vloeistof
- Smeltpunt
- De temperatuur waarbij een stof van de vaste naar de vloeibare fase overgaat
- Stoefeigenschap
- Een eigenschap van een stof zoals de dichtheid
- Stoffen
- Daaruit bestaan alle dingen om je heen
- Stollen
- Faseovergang van vloeistof naar vaste stof
- Suspensie
- Een troebel mengsel van een vaste stof en een vloeistof
- Temperatuurlijn
- Een lijn waaruit je kunt aflezen wat de fase van een stof is
- Vaste stof
- Een stof met een eigen vorm en een eigen volume, bijvoorbeeld steen
- Veiligheids pictogram
- Een afbeelding waar je aan kunt zien waarom of stof gevaarlijk is
- Verdampen
- Faseovergang van vloeistof naar gas
- Vloeistof
- Een stof zonder eigen vorm, maar met eigen volume, bijvoorbeeld water
- Voorwerpeigenschap
- Een eigenschap van een voorwerp zoals de vorm
- Zuivere stof
- Een stof die uit één soort moleculen bestaat
- Afschenken
- Bovenstaande laag van een mengsel afgieten
- Bezinken
- Scheidingmethode bij een suspensie en emulsie waarbij de zwaardere stof naar beneden zakt
- Emulgator
- Stof die vet of olie en water gemengd houdt
- Emulsie
- Troebel mengsel van een vloeistof in een vloeistof