Trabitour - 1-2 havo/vwo (4) - Kapitel 8 - C
Publiek
Woorden in deze lijst (12)
Origineel
- Was ist dein Lieblingstier?
- Wat is jouw lievelingsdier?
- Vor welchen Tieren hast du Angst?
- Voor welke dieren ben jij bang?
- Wie sieht das Tier aus?
- Hoe ziet het dier eruit?
- Wo wohnt/
lebt das Tier? - Waar woont/
leeft het dier? - Was frisst das Tier?
- Wat eet het dier?
- Wie alt kann das Tier werden?
- Hoe oud kan het dier worden?
- Mein Lieblingstier ist die Giraffe/
das Kaninchen. - Mijn lievelingsdier is een giraf/
een konijn. - Ich habe Angst vor Spinnen/
Mäusen. - Ik ben bang voor spinnen/
muizen. - Es ist klein/
schwarz. - Het is klein/
zwart. - Es wohnt in meinem Zimmer/
im Dschungel. - Het woont in mijn kamer/
in de jungle. - Es frisst nur Pflanzen/
Trockenfutter. - Het vreet alleen planten/
brokken. - Das Tier kann zehn/
zwei Jahre alt werden. - Het dier kan tien/
twee jaar oud worden.