Engeland: van industrie naar hightech
Publiek
Woorden in deze lijst (15)
Origineel
- Industriële Revolutie
- De overgang van ambachtelijke, handmatige productie naar machinale productie in fabrieken met behulp van technieken, zoals de stoommachine.
- Productiemiddel
- Wat nodig is om iets te maken: natuur, arbeid en/
of kapitaal. - Locatiefactor
- Reden waarom een bedrijf zich op een bepaalde plaats vestigt. Heet ook vestigingsplaatsfactor.
- Massaproductie
- Met machines worden er van één product heel veel gemaakt.
- Grondstof
- Ruw materiaal (zoals ijzererts of cacaobonen) dat nog bewerkt moet worden om er een product van te maken.
- Lagelonenland
- Land met lage arbeidskosten.
- Lichte industrie
- Bedrijven die veel halffabricaten gebruiken.
- Dienstensector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met het leveren van diensten.
- Hightechindustrie
- Industrie die gebaseerd is op hoogstaande technische kennis.
- Stedelijke vernieuwing
- Het vernieuwen van woonwijken in een stad zodat de leefbaarheid sterk verbetert.
- Multinationale onderneming
- Bedrijf met vestigingen in verschillende landen. Heet ook multinational.
- Kennisintensief
- Er is veel vakkennis nodig om producten te maken.
- Footloose
- Bedrijf dat weinig grondstoffen gebruikt en zich bijna overal kan vestigen (niet-grondstofgebonden).
- Agglomeratievoordeel
- Het voordeel dat bedrijven hebben doordat ze vlak bij elkaar zitten.
- Infrastructuur
- Alle voorzieningen die nodig zijn om personen, goederen en informatie te vervoeren.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–