Unit 5 - Lesson 3 - Speaking and conversations - NL/ENG

Unit 5 - Lesson 3 - Speaking and conversations - NL/ENG

Woorden in deze lijst (39)

bliksem
lightning
bui
shower
donder
thunder
gieten
to pour
hitte
heat
kil
chilly
koud
cold
mist/mistig
fog/foggy
onweer
thunderstorm
opklaren
to clear up
orkaan
hurricane
paraplu
umbrella
temperatuur
temperature
voorspellen
to predict
vriezen
to freeze
warm
warm
Wat voor weer is het?
How’s the weather?
Wat voor weer is het morgen?
What will the weather be like tomorrow?
Wat is de weersvoorspelling?
What’s the weather forecast?
Het regent.
It’s raining.
Het gaat morgen sneeuwen.
It’s going to snow tomorrow.
Het wordt het hele weekend zonnig.
It’s going to be sunny all weekend.
Er is een kans dat het gaat regenen.
There’s a chance of rain.
Vrijdag wordt het bewolkt, nat en winderig.
Friday will be cloudy, wet and windy.
Het is heet buiten. Het is ongeveer 30 graden.
It’s hot outside. It’s about 30 degrees.
Wat vind je van het weer?
What do you think of the weather?
Wat is jouw mening over de weersvoorspelling?
What’s your opinion on the weather forecast?
Vind je regen fijn?
Do you like rain?
Wat is er mis met een beetje regen?
What’s wrong with a bit of rain?
Wat vind je fijner: zon of regen?
Which do you like better - sun or rain?
Is er iets aan het Ierse weer dat je leuk vindt?
Is there anything you like about the Irish weather?
Wat vind jij?
What about you?
Ik vind het een prachtige dag.
I think it’s a beautiful day.
Ik vind het fijn dat het de heel tijd zonnig is.
I like that it’s sunny all the time.
Ik vind regenachitg weer (niet) fijn.
I (don’t) like rainy weather.
Ik geef de voorkeur aan zonnig weer.
I prefer sunny weather.
Naar mijn mening is het Ierse weer het ergste dat er is.
In my opinion, Irish weather is the worst there is.
Ik ben het met je eens.
I agree with you.
Ik ben het niet met je eens op dat punt.
I disagree with you on that.
Hoi Gast!