Begrippen
Publiek
Woorden in deze lijst (30)
Origineel
- benedenloop
- Laatste gedeelte van een rivier vanaf de bron tot aan de monding.
- bevriezen
- Vloeibaar water stolt en wordt ijs.
- bovenloop
- Eerste deel van een rivier vanaf de bron.
- continentaal (schaalniveau)
- Je kijkt naar een continent.
- gemengde rivier
- Rivier die zijn water krijgt van zowel smeltwater van gletsjers als van neerslag.
- geografisch schaalniveau
- De grootte van het gebied dat je bekijkt. Je kijkt bijvoorbeeld naar een wijk (lokaal schaalniveau), een provincie (regionaal schaalniveau), een land (nationaal schaalniveau), een continent (continentaal schaalniveau) of de hele wereld (mondiaal schaalniveau).
- gletsjer
- IJsmassa die langzaam uit een gebergte naar beneden schuift.
- gletsjerrivier
- Rivier die zijn water vooral ontvangt van smeltwater van een gletsjer.
- grondwater
- Water in de bodem en gesteentes onder het aardoppervlak.
- grote waterkringloop
- Water verdampt, condenseert en valt als neerslag op het land. Via het grondwater of rivieren komt het uiteindelijk weer in de zee of oceaan terecht.
- inzoomen
- De aarde van steeds dichterbij bekijken, waarbij het schaalniveau verandert van een groot gebied naar een klein gebied. Bijvoorbeeld van regionaal schaalniveau naar lokaal schaalniveau.
- kleine waterkringloop
- Water verdampt, condenseert en valt als neerslag direct weer in de zee of oceaan.
- landijs
- IJsmassa die het vasteland bedekt.
- lokaal (schaalniveau)
- Laagste schaalniveau. Je kijkt naar een klein gebied, zoals een wijk, dorp of stad.
- middenloop
- Middelste deel van een rivier tussen bovenloop en benedenloop.
- mondiaal (schaalniveau)
- Hoogste schaalniveau. Je kijkt naar de hele wereld.
- nationaal (schaalniveau)
- Je kijkt naar een land.
- oppervlaktewater
- Water aan het aardoppervlak. Bijvoorbeeld: rivieren en meren.
- regenrivier
- Rivier die zijn water ontvangt van de neerslag.
- regionaal (schaalniveau)
- Je kijkt naar een groter gebied, zoals een streek of provincie.
- smelten
- Vaste stof wordt vloeistof. Voorbeeld: ijs wordt water.
- stollen
- Vloeistof wordt vaste stof. Bij water noem je dat bevriezen. Voorbeeld: water wordt ijs.
- stroomgebied
- Gebied dat zijn water afvoert via één hoofdrivier met zijn zijrivieren.
- uitzoomen
- De aarde van steeds verderaf bekijken, waarbij het schaalniveau verandert van een klein gebied naar een groot gebied. Bijvoorbeeld van lokaal schaalniveau naar regionaal schaalniveau.
- verdampen
- Vloeistof wordt gas. Voorbeeld: water wordt waterdamp.
- verhang
- Verval per kilometer.
- verval
- Hoogteverschil tussen twee punten in een rivier.
- waterscheiding
- Grens tussen twee stroomgebieden.
- zoet water
- Water waarin weinig zout is opgelost. Drinkwater is zoet water.
- zout water
- Water waarin veel zout is opgelost. Zeewater is zout water.